19 februari 2018

CYNISME DAT RONSE KAPOT MAAKT

HOE DEMOTTE EN JL CRUCKE
HELEMAAL IN DE KAART
SPELEN VAN HET RONSESE EXTREMISME




Rudy Demotte is minister-president van de Federatie Wallo-Brux. Hij is ook burgemeester van Tournai. Jean-Luc Crucke is Waals minister. Hij is ook burgemeester van Frasnes. Beiden zijn Ronsenaars van geboorte.

In Le Vif/L'Express reageren ze op de rechtmatige pogingen van hun collega-burgemeester Luc Dupont om Ronse uit een bestuurlijk wurgend taalstatuut te halen dat hun geboortestad al een halve eeuw belet te groeien en te bloeien. Hun reactie?

'Ze meugen altijd lupen hè'. (JL Crucke).
'Ze meu'en oltet lujpn'. (Rudy Demotte).


Met dit vernederend cynisme en dat hautain weglachen van de Ronsese verzuchtingen spelen Demotte en Crucke hier in de kaart van het donkerste lokettenextremisme. Het zal hen allicht bloedsossiesse wezen.

Ze ontzeggen bovendien de Ronsenaars de schaalvergroting die ze ondertussen gretig voor zichzelf opeisen. JL Crucke wil aan de ene kant dat de ontsluiting van Ronse op zijn grondgebied tegengehouden wordt. Hij verwacht wel (zoals vorige week nog in Vers L’Avenir) een financiële inbreng van de Ronsese belastingbetaler voor zijn nieuwe school van Dergneau.

Alsof de 13,5 miljoen euro die de Ronsenaars ontzegd zullen worden bovenop een halve eeuw bestuurlijke meerkost vanwege een voorbijgestreefd taalstatuut op basis van een talentelling uit 1947 nog niet volstaan.



Wat bij dit alles steekt, is dat het bijzonder statuut van Ronse een grondwettelijk opgedrongen onrecht inhoudt voor alle Ronsenaars tuupe. En wat nog veel meer steekt, zijn dergelijke cynische politieke spelletjes daaromtrent die Ronse in de diepste armoe duwen met de hoogste instroom (20 percent), de hoogste werkloosheid (11 percent), navenante broze koopkracht en administratieve leegloop.

JL Crucke en Rudy Demotte spelen op die manier het donkerste doemdenken van de Ronsese extreme rechterzijde met haar walgelijke hidden agenda's in de kaart. Wat de op dat vlak hoogst respectabele vader minister van State Louis Michel en zijn zoon Charles hiervan vinden, is maar zeer de vraag. JL Crucke en Rudy Demotte kwetsen de taalhoffelijke Ronsenaars voor wie er maar één weg is: gegarandeerde taalhoffelijkheid voor eenieder en niemand aan de kant. Voor alle duidelijkheid: Open VLD Ronse stemde altijd mee met Dupont. Zowel diens brief naar premier Leterme destijds als de motie onlangs...

Zolang politiek Ronse niet unisono in het verzet gaat tegen het grondwettelijk onrecht dat Ronse sinds 1963 wordt aangedaan, blijven we in de zak zitten en blijven we de speelbal van dergelijke schaamteloze politieke kroko’s met hun machtsspelletjes en hun misleidende mooiste glimlach op de Bommels. En de Ronsenaars bij dit alles ondertussen?

'Ils peuvent toujours courir'.

GOUDEN BRUILOFT (10)

De sekwestratie
van Mathilde Malander




Bosbessen uit het Kluisbos voor onze groene blikken doos met zwart dekseltje. Ons kampioenschap rolschaatsen in D’Hoppe. Le Comptoir Musical Maison Joris. Jouw vinylplaat van jazzangeres Doris op het glimmend pick-upmeubel in acajou. Het porselein van Maison Bouton. De olifantenkudde van de Kongo. Ons verblijf in L’Aiglon van Menton. Saumur, Chambord, Chantilly, Vallauris. De crustacés van Dinard. De Jungfrau, L’Aiguille du Midi van Chamonix, het Lago Maggiore, Como, Montreux, L'Hôtel du Lac in Annecy.

Tien dagen heeft hij mij gesekwestreerd. Al die tijd heb ik me vastgeklampt aan onze souvenirs, mijn lieve broer Aimé. Tekenen moest ik. Dat ik met Malander & Co niks meer te maken had voortaan. Dat ik mijn deel wou. Maar alles heb ik ermee te maken. Het bloed van Modest & Marie-Mathilde Malander hoe zou ik dat ooit kunnen verloochenen? Hij heeft me geslagen, vernederd, feiten op mij gepleegd die alleen god kent. Zweepslagen, honger, dorst niks kon me deren. Mijn stilte was sterker dan zijn geweld. Tenslotte tekende ik . Ik heb Molendam eerst doen zweren ‘op alle nagels van Christus aan zijn kruis’ dat hij Nena officieel zal adopteren zodat ze alles erft. Ze is mijn alles. Ik neem u met deze brief tot getuige.

Uw goede vriend de commissaris van politie is hier geweest om me te libereren. Nena had hem gebeld toen ze van Wenen terugkwam met het Zangkoor Sint-Gregorius. Zo kordaat en moedig is ze, mijn meisje. Molendam heeft haar de sleutels van mijn kamer moeten geven. Zelf is hij beneden gebleven bij de agenten, de held van het vaderland. Neen ik wou geen doktersattest en er komt ook geen klacht. Een verklaring, commissaris? Ik zal ze u geven. Maar dan zonder proces-verbaal.

Het is begonnen met mijn hopeloze verliefdheid op Molendam. Op naar een rimpelloos huwelijk volgens het burgerlijk boekje. Op naar een gouden bruiloft met groot feest in de Boucquet Roubaisien. Luisteren naar de parlé over Molendam wou ik niet. Nauwelijks getrouwd zag ik zijn andere blik. Hard en koud. En dan zijn obsessie met geld. Nooit genoeg. Hij geeft niet, hij pakt. Maar hij is en blijft mijn man voor het altaar en de voor wet.

Wees heel discreet als Nena u mijn brief brengt op de fabriek. Verbrand hem dan slaap ik gerust. Want met Aldolphine en Madelon daar doet mijn sekwestratie anders sebiet den tour van ons tranendal.

GOUDEN BRUILOFT
2018 (10) Stef Vancaeneghem.
‘Stoeltjesgeld’. Armand Demeulemeester.

15 februari 2018

GOUDEN BRUILOFT (9)

Chopin zijn koperen kop.



Bien sûr monsieur Oscar et patati et patata hem opvrijen doet ze in het gevlei komen met zelf gebakken galetten de goele al beginnen fruten in haar sacoche vanaf vier uur dan die halve meloen van in de Plastic Shop op haar kop tegen de regenvlagen dat is geen mise-en-plis daaronder dat is een school verdwaalde rolmopsen dan nog veel courbetten en weg zogezegd naar het postkantoor werk meepakken voor thuis mon oeil ze steekt hier al geen poot uit wat moet het in haar kot dan zijn tussen haar pietecoco, negen katten haar cavia haar zwerfkonijn goed dat ze weer weg is voor vandaag die momenten zijn hier echt van mij Point de Vue & Images du Monde uit mijn la en op mijn gemakske voort lezen in mijn lievelingsfeuilleton Astrid l’amour magique de la reine tragique la paix royale quoi.

‘Et bien la Madelon Violon qui vient nous servir à boire waar zit hij uw stukske zelfverklaarde grand patron?’
‘Monsieur Richard.. Quel plaisir nous vaut votre visite. Hij wordt bezig gehouden door die goele van bon door Adolphine Napoléon enfin je dis ça et je ne dis rien’.

Met minachting pint Molendam zijn pink op de landkaart ‘Royaume de Belgique’ tegen de wand van de Service Comptabilité . De kaart steekt vol speldeknoppen.

‘De rode bollekes zijn de slechte betalers zoals ge zelf zult constateren een geheel regiment. De groene zijn de nieuwe klanten, twee. De zwarte zijn de verloren kalanten’.
‘Le Rouge et le Noir. Au fait, Madelon, is meneer Oscar hier nu de echte patron geworden? Ik zou het moeten gaan geloven als ik zijn cijfer cirque zie in de correspondentie van mijn schoonbroer Aimé...’

Eén van de kwalijke eigenschappen (‘mon deuxième sens’ zoals er zelf mee pronkt) is dat Adolphine Napoléon onverwacht opdaagt waar je ze al lang niet meer verwacht.

‘Il est dans son petit salon de reflection, monsieur Richard.’
‘Zit hij weer zijn partituren te verkrachten? Dus gij hebt die recommandé vol fouten naar mij getikt Adolphine mais bon:

De minimis non curat praetor.
Artikel 6 van de Wet van Molendam.

Een leeuw bekommert zich niet
om de vlooien in zijn manen.


‘Mannen die heb ik niet nodig monsieur Richard, ik heb mijn Pietecoo, mijn katten mijn…
‘In uw mande Adolphine. Ik negocieer hier nooit met ondergeschikten. Artikel 1 van de Wet van…
‘Awel meneer Molendam met of zonder uw permissie ge zijt een mens zonder educatie ge komt met uw blinkende rijlaarzen nog aan de fijne Italiaanse mocassins niet van meneer Aimé voilà qui est dit het moest eruit doet ermee wat ge wilt’…
‘Laat mij dat varkentje wassen, mademoiselle Adolphine, laissez-nous’.

Aimé Malander steekt de rechterhand uit naar zijn schoonbroer krijgt er geen terug leidt hem dan voor naar zijn kantoor. Molendam haalt de recommandé uit zijn jasje, vraagt wat dat stukske vuil te betekenen heeft.

‘Ge kunt lezen.’
‘Om te beginnen ben ik uw très cher gendre niet. Een zak stront zijt ge voor mij’.
‘Ben voyons sebiet de grote stijl’.
‘Kust ze’.
‘Dat wordt zoekwerk’.

(Hij is mijn wereld niet. Marc-Antoine Charpentier, Pergolesi Stabat Mater..)

‘En maar zeveren over de concurrentie, fibrane en..’

(Il banchetto musicale del signor Rossini. Cotolette di castarti alla Rossini. Die Koteletts auf einder Platte anordnen. Jedes Kotelett mit einer Scheibe in Butter angebratener Stopfeber belegen. Zwei oder drei Trüffelscheiben, in Butter geschwenkt. Die Koteletts mit ihrem Bratenfond überziehen. Finite con salsa i marsala. Guarnite con piccolo scaloppe di fegato grasso e di salsa tartufata).

‘De riem erop in plaats van het in uw broek te doen als de vakbonden hier ook maar voor de poort komen staan zwaaien met hun drapeau’.

(Archangelo Corelli. Pietro Antonio Locatelli. Tomaso Albinoni ).

‘Mijn leveringen hebben niets te maken met het feit dat ge uwen brol van Malander & Co nergens meer verkocht krijgt…’

(Bist du bei mir? Mein Jesu. Nun komm, der Heiden Heiland).

‘Een randdebiel moet ge zijn zijn om een schone affaire als Malander & Co zo kapot te laten gaan. Met uw recommandé zijt ge een Pessiemiersbrug te ver gegaan. Ge hoort nog van mij’.

(Misericordias Domini. De Waisenhaussmesse van Wolfgang Amadeus blijft de mooiste).

‘Uw recommandé wordt de duurste uit de hele geschiedenis van Malander’.

Molendam neemt de recommandé perst hem tot prop, mikt hem naar Chopin zijn koperen kop.

(Oh, Guardate che accidente).

Gouden Bruiloft.
15.02. 2018 (9). Stef Vancaeneghem.
Illustratie: 'JJ Cale & me'. Frank Derie.

12 februari 2018

GOUDEN BRUILOFT (8)



Précision Mélancholique

Haar ogen staan zot. Uren hangt ze hier rond, fezelt ze onnozelheden.
‘Er is een kindeke dood geboren op aard’.
Of dan zit ze voor de witte tuinmuur aan de nis met de madonna erin.
‘Gloria in excelsis'.
'Adeste fideles'.
Ze komt nauwelijks nog het huis uit, veinst migraine bij bezoek, laat zich nooit zien op mijn zakendiners in Le Boucquet Roubaisien, Le Beau Séjour of Le Beaulieu. Haar dagen door rondslenteren in huis, op haar versleten sloefen met haar verkleurde peignoir om.
‘Waarom mij nog opmaken? Toch maar om me de kleren van het lijf te zien scheuren en te laten bespringen gelijk een beest’.
‘Mathilde ik doe met u wat ik wil waar ik wil wanneer ik wil. We zijn hier op het domein Molendam en...’
‘La Maison Malander pour votre gouvernance. Petite Précision Mélancholique’.
‘Het bezit van Molendam, zeg ik je. Van Richard Molendam en van geen ander’.

Richard Molendam
heeft god noch meester.
Ni dieu, ni maître.
Artikel 4 van
De Wet van Molendam.


‘Oho neem mijn geld, pak mijn lijf. Maar mijn ziel, die krijgt ge nooit'.
Hoeveel keer heb ik haar uit de chaise longue gesleurd. Hoeveel keer heb ik haar uit ons bed gesmeten. Opgesloten heb ik haar, op zolder, in de wijnkelder. En altijd weer die dwaze liedjes.

‘Mon bébé
vivra toujours
vivra toujours’.

Vastgesjord als een willoze klomp liet ze zich pakken, keek ze met haar lege blik door me heen, als was ze Jeanne D’Arc op de brandstapel. Bont en blauw heb ik ze geslagen. Met de karwats voor een van volbloeden die ik in mijn manège aan de Waterhoek heb staan.

‘Ha Durendal
comme tu es
belle et sainte
dans ton pommeau doré
il y a tant de reliques
du sang de Saint-Pierre
des cheveux de Saint-Basile'.

Sinds die nacht is ze helemaal weg in haar eigen wereld. Mijn stalmeester troost me.

‘Meneer Richard na een miskraam gedraagt een vrouw zich soms raar. Een van de staljongens heeft dat meegemaakt met zijn jonge vrouw. Van dan af gaat ze in het kerkje op de Kwaremont met de schaal rond. Rok tot net onder de mus met allemaal gekleurde vogels in de strohoed en maar schudden met de ponder. De paster wil haar laten belezen. Een mens komt soms raar uit de broek. Denk zelf maar aan die zotte droom die ge me verteld hebt. Dat Fakir met u in de Schelde is gedoken, recht naar de broedende watervogels aan de overkant. Waarom consulteert ge geen psychopater? Misschien heeft Madam Mathilde een post-theatrale depressie. Draai wat Luminal in haar consommé dat ze kalmeert'.

Geen denken aan. Geen pottenkijkers ten huize Molendam. En al helemaal geen zieltjesknijpers. Dat ze niet meer wil eten, wat kan het me maken? Dat ze dan crepeert van de neurasthenie nevrosa als ze dat zelf wil. Maar eerst tekenen. Maanden heb ik geduld gehad. Tot ik haar papiertje vond in de nis.

Wilsbeschikkingen.

Het heeft de Heer behaagd
tot zich te roepen
mijn kindje lief.
Haar dood is Zijn straf
voor onze schaamteloze weelde.
Dood wil ik nu zelf,
om in het paradijs
naast mijn meisje te staan.
Mijn geld Molendam,
ge kunt er achter fluiten.
Alles blijft vet van Malander.

Een dubbel van deze wilsbeschikkingen ligt bij een notaris.
En voor alle zekerheid ook bij mijn vriendin Soeur Immaculée.

Tenzij, gij Richard Molendam
mij na het vinden van
deze wilsbeschikkingen
(wat ge zeker vlug zult doen
ge controleert hier alles)
tenzij gij Molendam
ermee akkoord gaat
om een kindje
te adopteren
voor ons twee.

lu et approuvé,
Mathilde Malander.


Dat het mij geen zak schelen kan. Maar als het uitlekt dat mijn vrouw zo zot is als het achterste van Fakir, wacht haar gedwongen collocatie. Dan wordt haar deel voor altijd vastgezet. Alleen daarom zet ik een stap terug.

Reculer pour mieux sauter.
Artikel 5 van De Wet van Molendam.


‘Bon Mathilde, we zullen een jongentje adopteren’.
‘Een meisje, Richard. Ik wil een meisje’.

Het moest een meisje zijn. Want het stond in La Libre Belgique. Katholieken dienden hun verantwoordelijkheid op te nemen tegenover de christenvervolgingen in Hongarije. Het minste wat ik hier op het perron van Nena zeggen kan is, dat ze lichamelijk gesproken, zo te zien alles mee heeft om me volkomen ter wille te zijn. Redden zal ik ze dan ook met graagte persoonlijk van alle ongelovige baarlijke duivels.

Gouden Bruiloft.
2018 (8). Stef Vancaeneghem.
Illustratie: Frank Derie.

09 februari 2018

BESTEMMING RONSE

RONDOM LUC DUPONT



Een professionele topmoderator: Jeroen Reygaert. Een vlekkeloze organisatie: het hippe Rondom-team . Vliegende reporter Stijn Delabie in de zaal. Een volle Volksbond met cartoonist Glenn als geniale deus ex machina. Daar bovenop Lamaar, voor de ambianceliedjes. Meer heb je echt niet nodig om dit verkiezingsjaar in te zetten met een smaakmakend en spraakmakend debat. Geen betere kennismaking met alle grote thema’s die er voor Ronse toe doen.

Privatisering van de zorg.
Afschaffing van de faciliteiten.
Mobiliteit en veiligheid.
Hoge werkloosheid.
Aanpak commerciële binnenstad.
Geen onderwerp werd uit de weg gegaan.

Zeer overtuigend en vanuit een indrukwekkende dossierkennis gaf burgemeester Luc Dupont iedereen helemaal het nakijken waar het erop aan kwam de uitdagingen, verzuchtingen en plannen van Ronse ter tafel te gooien. Kordaat verdedigde hij daarbij zijn derde burgemeestersmandaat, toonde hij zich helemaal paraat om er nog zes jaar bij te doen.

Verrassingen die waren er ook. Bij monde van hun derde kandidaat op de lijst voor oktober Koen Haelters leverden de Ronsese socialisten een (redelijk genante) publieke sollicitatie af aan Dupont en CD&V voor hun terugkeer naar het bestuur. Heimwee naar 83 jaar bestuursweelde.

De tweede verrassing kwam er toen Luc Dupont onthulde dat Ronse voortaan voluit opteert voor een synchrone aansluiting van de N60 op de zuiderring. Dat plan voor de volledige ontlasting van het zwaar vervoer was in het eindeloze feuilleton rond de N60 wat ondergesneeuwd. Goed dat het nu weer helemaal op de prioriteitenlijst wordt getorst.

Kopvrouw op de N-VA lijst Brigitte Vanhoutte nam in een knap pleidooi voor Ronse opvallend vaak het CD&V sleutelwoord ‘verbondenheid’ in de mond. Ze nam ook openlijk afstand van die contraproductieve polariserende opgeklopte persheisa rond zogeheten geradicaliseerde kleuters in Ronse. Het zegt veel over haar diepste wens om Ronse mee door de zwaarste uitdagingen heen te loodsen en helemaal op de kaart te zetten. Mèt de steun van Vlaamse en federale excellenties.

Tom Deputter wil de Open VLD zien doorgroeien naar de sterke stek van weleer en er is voor hem dan ook geen enkele reden om deze positief gepercipieerde bestuursverantwoordelijkheid af te geven. Doorgaan is de blauwe boodschap. Scherp en kalm verduidelijkte hij daarbij het liberale verlanglijstje in verband met de opcentimes en veiligheid op straat in alle betekenissen.

Groen Ronse harkte zwaar in op het beleid . Voorzitter Lech Schelfhout deed met het grove geschut waarbij hij persoonlijke aanvallen aan het adres van Luc Dupont niet schuwde, alle argumenten uit zijn goedkope Chinese kast haalde en snoeihard uithaalde naar schepen Wim Vandevelde. De PVDA hield het bij monde van Robin Tonniau op de bekende idealistische bijwijlen utopische Raoul Hedebouw retoriek.

Voor elk wat wils dus. Al ziet het er niet meteen naar uit dat Ronse na de verkiezingen ingrijpend anders zal worden bestuurd dan vandaag. Luc Dupont steekt er heel overtuigend met kop en schouders bovenuit als kandidaat om zichzelf op te volgen. Om dat extra te verduidelijken kreeg hij bovendien solidair al zijn tenoren op de CD&V-lijst netjes naast mekaar bijeen op de eerste rij. Vlaams Belang stuurde zijn kat. Volgens tekenaar Glenn mét doktersbriefje. Ze werd opgevangen in een apart loket, voor katten.

Bestemming Ronse. Onafhankelijk Verkiezingsdagboek.

08 februari 2018

GOUDEN BRUILOFT (7)



Terre des hommes

Pater Lech zegt dat België een van de rijkste landen van de wereld is. Met mijnen vol diamant in Afrika en in Antwerpen een grote haven vol exotische kruiden. Dit land heeft het goed voor met mij, met Maritza, Sara, Helena en de andere meisjes op deze trein. Hier leven geen haatmensen. Een liefelijk land aan zee bovendien. Met vissers zoals de twaalf apostelen van de Heer. Later wil ik oversteken naar Engeland. Soms staat onze trein lange tijd stil. Honden doorsnuffelen alle wagons. Militairen komen ons dan betasten. De zusters zeggen dat we niks te vrezen hebben. Dit is de normale procedure volgens akkoorden van De Universele Verklaring van de Rechten van de Man. Mijn hele kindertijd lang gebeurt er niks op de poesta. Dan na de opstand kan het allemaal niet vlug genoeg. Ik denk aan mijn speelkameraadjes Györgi, Miclos, Ferenc. Onze vlakte ligt eindeloos ver nu. Voorbij miljoenen dwarsliggers. Ze bonken in mijn hoofd, daveren onder mijn voeten. Het is me allemaal veel te hevig om het te bevatten. Dat ik op deze trein ben gedropt. Geëvacueerd. Van gisteren op vandaag een vreemdelinge, een vluchtelinge. Dwars door de steppe. Wachten. Waken. Opkrassen. Weg met dit konvooi. Wat een eng landje is me dit? Het ene dorp na het andere zie ik voorbij schuiven. Overal fabrieksschouwen. Ik mis de poesta al.

Bruxelles. Brussel.
Terminus. Passeports.


Een van de zusters brengt me tot bij de man op het perron.

‘Nena Katona?
Par ici. Je te dis’.

Eerst zie ik zijn glimmende lakschoenen. Dan zijn gouden dasspeld. Dan zijn ogen. Ik wil terug.

'Excusez-la'.
'Sta ik haar niet aan misschien?'
'C’est la fatigue, monsieur Molendam'.
'Ze heeft toch geen vuile ziekte mee zeker?'
'Qu’allez-vous imaginer?'
'Moet ge ze niet eerst desinfecteren?'
'Un peu d’Eau de Cologne. Cela suffira'.
'Want in Amerika...'
'Mais voyons, elle est votre fille d’adoption pas votre esclave'.
'Juist daarom. Die revolutionairs daar dat zuipt Slivovitsj en vogelt er op los'.

Gouden Bruiloft.
2018.(7). Onder auteursrecht.
(Illustratie: Met dank aan Vincent Gyselinck)

07 februari 2018

GOUDEN BRUILOFT (6)



Tederheid verkoopt niet.

‘Van twee dingen zijn we nooit zeker. Van een winternacht en van een vrouwengedacht. Na een winternacht is de bodem hard of zacht. En een vrouwengedacht, doux Jésus Mademoiselle Mathilde. God ziet al uw verdriet. Zing liever een lied’.

Muren. Mijn leven lang al bots ik op muren. Altijd maar op de vlucht voor mezelf. Gebukt en gebogen voor god en zijn geboden. Mijn meisjeslijf trotseren om mij te delivreren van de vloek die op alle mensen weegt sinds Eva uit de wijsheidsboom is gesukkeld voor eeuwig achterna gezeten door saters.

Muren. De muren van mijn chambrette. De muren rond de kloostertuin. De muren rond mijn hart. De muren rond mijn schreeuw. Misschien was ik zelf beter Soeur de la Miséricorde geworden. Nu weer witgekalkte muren die Richard laat optrekken rond onze beeldentuin.

‘Aphrodite en haar pipo van een Hephaestus die ons geluk moeten uitbeelden. Onze gasten gaan opkijken. Zeker als ik er hen bij vertel wat ze gekost hebben’.

In alles ziet hij alleen maar geld. Kunst, wijn, mijn verlovingsring, zijn limousine. Zie me hier zitten, Mathilde Malander. In zijn gouden kooi. Getrouwd met Richard Molendam’.

Mijn lieve broer Aimé, hier in de gloriette sous le chant des oiseaux:

‘Zelfs Meneer Oscar houdt niet op me te waarschuwen. Met zijn cijfers. Hij eet ons op. Il nous bouffe.’

Alles wat me kan gestolen worden heb ik. Alles wat ik wil, mis ik. Le Beau monde. Welke betere kringen? Molendam mijn man hier in deze binnentuin, verleden week nog onder zijn Corbeau van Jef Lambeaux des Beaux Arts: Tederheid dat is zever van de nonnekes, Mathilde. Daar koopt ge niks mee.

Tederheid verkoopt niet.
Artikel 3. Wet van Molendam.

De eerste nacht deed hij me vreselijk pijn. En alle andere nachten. Ik kreeg een roofdier te zien. Ik verlang naar elders. Niks meer horen niks meer zien.

(Nonkel Armand: ‘Heeft Molendam u weer een steek gegeven met zijn schietspoele Mathilde? Ge trekt een vieze fruute').

Na onze eerste nacht wist ik dat Richard me nooit geven zou wat ik zocht. Hoe hij mij pakte midden in de koudste nacht. Naar buiten het zijden sjaaltje de neus in de lucht. Achter de muren een monster van egoïsme. Ons kindje is dood geboren. Kapot gestampt in mijn buik. Er komt nooit een ander.

‘Zelfs dat kunt ge niet, dwaze konte’.

Het was een meisje. Het is alsof ik mee dood ben in mijn hoofd sindsdien.

Soeur Edmonda
vivra toujours,
vivra toujours.


Want god is goed in al zijn werken. Psaume 145, 17.

GOUDEN BRUILOFT.
2018. (6). Onder auteursrecht.
'De Parade'. Armand Demeulemeester.

06 februari 2018

BESTEMMING RONSE

OOK IN DE POLITIEK IS
EEN ULTIEME ELLEBOOGSTOOT
HIER NOOIT VER WEG.




Burgemeester Luc Dupont gaat voor verlenging van zijn mandaat. Prioritair zijn de ontsluiting en de afschaffing van het bijzonder taalstatuut dat een fusie in de weg staat waardoor Ronse bij een status quo 13,5 miljoen euro dreigt mis te lopen. De N-VA onder leiding van Brigitte Vanhoutte en Open VLD met kopman Tom Deputter kunnen zich hierin als bestuurspartners vinden. Weze het met eigen accenten rond de V van Vlaams (voor Brigitte Vanhoutte) en de V van Vrijheid (voor Tom Deputter). Vrijwel simultaan zetten SP.a en Groen Ronse vanuit de oppositie grote vraagtekens achter de privatisering van de zorg. Unisono pleiten ze ook samen voor een Openbaar Regionaal Zorgcentrum . Beide oppositiepartijen volgen de meerderheid niet in haar motie tegen het huidig taaltatuut dat voor hen integendeel meerwaarde betekent voor Ronse.

In hoofdzaak draaien de verkiezingen rond deze as. De CD&V slaapt, zoals dat in liedjes van Ronse luidt ‘te mieden van ’t beede’ tussen de oude en de nieuwe partner. Alles zal er van afhangen of Luc Dupont aan zet blijft. En dan nog. Zoals Ronsenaars maar al te goed weten van de vorige verkiezingen, is in de eindspurt om de macht ook in de politiek een of andere ultieme elleboogstoot hier nooit ver weg.

In de inmiddels politiek geneutraliseerde Volksbond organiseert Rondom donderdagavond alvast het eerste verkiezingsdebat onder leiding van moderator Jeroen Reygaert van de VRT. Jeroen is net terug van Parijs alwaar het water hem tot de lippen steeg. Net zoals dat het geval is bij de Ronsese kiezers die de stad in het mooiste dal van de Ronde van Vlaanderen eindelijk uit de dip van foute cijfers willen.

Debat Rondom: Donderdag 8 februari. 20u Volksbond. Gratis entree. Met rioolliedjes van de Ronsese groep Lamaar.

'Bestemming Ronse'. Onafhankelijk verkiezingsdagboek.

03 februari 2018

GOUDEN BRUILOFT (5)



De recommandé

‘Bij Malander wordt er niemand afgedankt. Over mijn dood lijk’.

Oscar had meneer Aimé nog weten sjotten tegen de poort van de weverij , maar dan gaandeweg steeds langer zien rondhangen met zijn boeken in een of andere hoek van de fabriek. Deze dromer zou nooit een echte baas zijn. Veel te teer gekweekt. Meneer Modest: dat was nog eens van een ander kaliber. Hard als het aambeeld van de smidse.

‘Wat zegt ge zijde ziek?’
‘Een indigestie? Alleen varkens hebben een indigestie’.
‘Geen camuskies’.
‘Schele koorts dat is voor de paters van Kongo’.

De enige keer dat meneer Modest zelf ziek werd gaf hij prompt het goede voorbeeld en ging hij dood.

Zijn wevers werden betaald volgens de geldende tarieven van de Union Patronale, geen kwartje meer. Bij zijn begrafenis werd hij op zijn doodsprentje geprezen en ongeveer heilig verklaard om zijn diepchristelijke valeurs.

Met meneer Aimé veranderde alles. Het volstond dat de conterbaas hem wat vroeg namens de wevers en ze kregen het. Malander & Co zou voortaan één grote familie zijn. Wie zich niet goed voelde, mocht voortaan gaan thuis uitzieken of kreeg bij erger in het ziekenhuis een mand grote druiven en flessen cider van in het winkeltje boven Hogerlucht.

Na het huwelijk van Mathilde Malander met Richard Molendam had meneer Oscar meneer Aimé er al vaker voor gewaarschuwd dat die nieuwe schonen van hem Malander & Co overdadig voorzag van onderdelen voor steeds schaarser draaiende getouwen.

‘Maar enfin, ik kan mijn eigen schoonbroer toch moeilijk terugfluiten? Dan steek ik Mathilde in de miserie. En dat wil ik niet’.

Bij elke nieuwe balans had meneer Oscar ervoor gewaarschuwd dat, als er niet snel werd ingegrepen, Malander & Co in ijltempo zou wegzakken van een gezonde zaak met sterke reserves naar een uiterst kwetsbaar bedrijf in moeilijkheden.

‘Hier ziet ge goed waar het begint te kantelen. De aandeelhouders, het personeel, de marchandise en vooral niet te vergeten de kunstmatige overstocks van uw schoonbroer.’

Aimé Malander stond bij het raam, keek naar het fietsenrek ging dan meneer Oscar voor naar de glazen kooi van mademoiselle Adolphine, door de andere employés schalks Fine Napoléon genoemd.

‘Adolphine. Een recommandé naar meneer Molendam.’
‘Het heeft nog lang geduurd. Dat heeft hij aan zichzelf te danken'.
‘Allons-y, Adolphine'.

Monsieur Molendam,
Mon cher gendre,

Na grondige conciliabule met mijn adviseurs zie ik mij geforceerd ja Adolphine wat scheelt er nu weer? …Le bout de mon crayon a craqué il est foutu De crayons van bij Bouton ze deugen niet zeg ik...Zodra mogelijk hervatten we natuurlijk bij voorkeur onze commandes. Etcetera et blablabla.


'En natuurlijk motus et bouche cousue hierover, Adolphine. Ze zeveren al genoeg over de menage van ons Mathilde'.
'Je suis une mémoire d’outre-tombe'.
'Zo kennen we u Adolphine'.
'Maar wat als Molendam hier van zijn gat komt geven?'
'Hem dan sebiet naar mijn bureau brengen'.
'Cela promet'.
'Deze instructie ook doorgeven aan Madelon en de andere employés'.
'Madelon is anders wel een ferm klapgat, meneer Aimé'.

Gouden Bruiloft.
2018. (5). Copyright Stef Vancaeneghem.
Illustratie ‘Directiehall’. Pierre Depuydt. Gent.

02 februari 2018

GOUDEN BRUILOFT (4)



Visgraatparket

‘Dans ce cas nous aviserons. Maar zijde gij wel zekers van uw cijfers, meneer Oscar?’

Aimé deed gemaakt verwonderd. Een manier om zijn verveling te verdrijven tegenover de koele cijfertaal. De winstmarges en verliescijfers van zijn boekhouder lieten hem koud. Hooguit had hij van zijn vader, Modest Malander onthouden dat je wevers pas afdreigt met collectief ontslag als de staking wat te lang duurt.

De chef-comptable onderdrukte zijn misprijzen over de desinteresse voor zijn vakkennis, verwerkte de gefnuikte beroepseer met een veelzeggend schouderophalen en overliep nog een laatste keer alle eindcijfers onderaan zijn kolommen.

'Rood. Rood. Rood en dus geen brood'.

Droog als een leraar wiskunde op maandagochtend. Hier en daar met de wijsvinger op een ‘dramatisch’ fout cijfer. Zonder zichtbare emotie.

‘Cijfers liegen niet'.

Veertig jaar al werkte meneer Oscar voor Malander. Samen met pater familias Modest had hij dit bedrijf zien groeien en bloeien. Agenturen in Argentinië en Chili, aandelen in spinnerijen en draadververijen. Grote plannen. Van 5 werknemers naar 25, van 25 naar 250. Welgeteld 40 vieringen van Sint-Ambroos. Wiens feestdag gevierd wordt op de 7 de dag van de 12de maand. In de 49ste week. Als de zon opgaat om 8.30u. Achter de Kruisberg duikt om 16.38u. Na een zonneschijn van amper 1 uur en 35 minuten. Cijfers liegen niet.

In de voor de gelegenheid opgesmukte refter naast het magazijn van Serafijn had hij die 40 feesten van Sint-Ambroos gaandeweg zien verschrompelen tot een sobere korte decoratie-ceremonie voor de oudgedienden. Hij kende lief en leed van wevers en spinsters. Wist wie in De Oude Dragonder bleef hangen. Wie daarna zijn vrouw afranselde met de matrassenklopper. Wie echt geholpen moest worden.

Twee decoraties had hij zelf opgespeld gekregen. Eén van de vaderfiguur, één van de zoon. Twee keer krek dezelfde toespraak waarbij gul gesmeten werd met gratis complimenten. Fideliteit. Loyauteit. Stiptheid. Plichtsbesef. In zijn herinnering zaten goede en kwade dagen, een mix van wrevel en vreugde. Hij was het geheugen van de fabriek. Nooit was hij één keer uit zijn rol gevallen. Meester noch knecht. Ze hadden hem nodig en omgekeerd. Deal. Meerwaarde voor Malander en voor malkander. Modest Malander was voor hem altijd 'Meneer Modest' gebleven. Ook toen zijn oude baas hem op zijn sterfbed vroeg om die meneer nu maar eens achterwege te laten.

‘In het heelal geen protocol. Zeg maar Modest.’

Hoeveel lichtjaren hoog die hemel vliegen was, meneer Oscar zou het nooit kunnen becijferen. Zijn leven was als een boekhoudkundig register. Beige kiel (nee geen grijze, hij wist waarom). Zwart potlood. Crayon rouge. Gom, scherper. Pennenmesje voor het (zeer uitzonderlijk) wegkrabben van een keer foutje. Moet kunnen. Meer had hij niet nodig om zijn bescheiden rol te spelen. Ze konden niet allemaal doen alsof ze een garçon de brasserie waren voor monsieur Jean-Paul Sartre Chez Flore.

Eerst kwam hij op zijn fiets van bij Clément Boelaert naar Malander. Daarna met zijn Zundapp brommer in waterdichte poncho over zijn gesteven blauw streepjespak (nee geen grijs, hij wist waarom). Tenslotte kocht hij een Daffodil Automatic en kreeg hij zijn voorbehouden plaats op de fabriekskoer met Monsieur Oscar op een bordje ervoor. In al die jaren van profijtig leven, kasbons kopen en knippen had hij zijn eigen huis met kunstig smeedwerk verwerkt in de voordeur en genoeg over voor een stek in De Haan-aan-Zee ter verzorging van zijn tere bronchiën. Malander was een stuk van zijn leven. Meer dan één keer hadden ze hem elders gevraagd. Bij de Union Cotonnière in Gent. De Tissage de Roubaix. Zelfs voor de cartonnage van bobijnkokers in Leuze.

Wat zou hij zich déplaceren? Gent moest hij al zeker niet. Dit vanwege de nare associatie die hij overhield sinds zijn broer via een apart loket vanuit het stadhuis versast werd naar de Avenue Desmet – Denayer voor verdere triage naar de kampen. Nee, hij was altijd liever in dit dal gebleven. Malander op werkdagen. ’s Avonds aperitief en bridge met de buren. Al het goud van Peru hadden ze hem mogen geven toch was hij gebleven.

En jawel er was ook hier geweven voor de nazi’s. Hij wist waar de orders verstopt waren. Onder welk visgraatparket. Onder welke comfortabele clubfauteuils. Er was geen andere optie, zo hadden ze zichzelf wijsgemaakt de patroons.

‘Wat wil je altijd hetzelfde verhaal. Altijd de ene bezetting na de andere. De Romeinen. De Spanjaarden. De Hollanders. De Oostenrijkers. De Japanners met hun namaakspeelgoed en hun motocycletten. En morgen wie weet de Chinezen met goedkope sokskes. Vlaanderen vaart niet uit om de andere landen te gaan plunderen gelijk Portugal. Vlaanderen marchandeert niet langs de oude zijderoute gelijk Holland. Vlaanderen werkt altijd voort. Bezet of niet’.

(Maakt niet uit voor wie.
Grijsgroene uniformen.
Streepjesstof voor de kampen).


‘Het was of voort weven of de fabriek sluiten'.
'We konden de wevers toch niet op straat zetten?'
'We konden ze toch niet in beestenwagons naar de werkkampen laten vertrekken?'
'En daarbij Oscar, wat zoude gij dan gedaan hebben? In mijn plaats?’

Hij wou meneer Modest zijn sterfmoment niet verpesten en zweeg beleefd. Zelf zou hij het hele foute boelke gesloten hebben. Zijn broer had bij het verzet gezeten. De nazi’s wisten waar ze hem moesten zoeken. Onder de dakpannen. Een wand achter het duivenkot. Blauwe geschelpten met aan de pootjes gecodeerde boodschappen voor Londen. Twee dagen duurde het eer zijn laatste duiven terugkeerden met nieuwe instructies. Zijn broer kwam nooit terug. Vanwege dood in Bergen-Belsen. Vertrappeld door mannen in grauwe uniformen. Hier geweven. Hij had ze gesloten de fabriek. Sleutel onder de mat en op naar Frankrijk. Meneer Modest had het onderwerp altijd gemeden. Het lag te gevoelig tussen hen. De familie was stinkend rijk geworden. Was het voor de oorlog kantje boordje geweest, erna kon het niet meer op. Cijfers liegen niet. En goudstaven spreken niet.

‘Ge moet dat in zijn tijdskader zien'.
'Achteraf oordelen is gemakkelijk'.
'Het was allemaal niet zo zwart'
'En ook niet zo wit’.

Nee. Het was grijs als een nazi-uniform.
Grijs-zwart als een streepjesplunje.
Op de kist van de laatste overlevende van de kampen.

Niemand die hen ooit met de beschuldigende vinger nawees. De repressie had haar eigen zondebokken. Die kregen alle aandacht, wat de grote economische collaborateurs goed uitkwam. En de zondebokken aan de publieke schandpalen hadden geen verborgen goudstaven. Monter weer aan de slag nu. Geen blaam kregen ze, al die mini-Kruppkes van hier. Geen smet. Misschien omdat ze ook wel een paar mensen van het verzet hadden weggestopt in de geheime gangen onder hun fabriek. Zo dubbel speelden ze het wel.Na de oorlog volgde hun grote weelde. Met op nationale feestdagen de Belgische vlag aan de fabrieksgevel. Goede landgenoten.

Er was nu geld met hopen. Maar diversifiëring en investeringen kwamen er niet.

‘Meneer Aimé, we eten al ons wittebrood op. In de tijd van meneer Modest...'

Aimé Malander luisterde al niet meer. Hij zat met zijn gedachten bij Chopin. Bij de partituur op de vleugel die hij maar niet in de vingers kreeg.

Gouden Bruiloft.
2018. (4). Copyright Stef Vancaeneghem.
Illustratie: 'Het aperitief'. Pierre Depuydt.

31 januari 2018

GOUDEN BRUILOFT (3)



Wanda

Met tien jaar beroepservaring tussen de karmijnrode Louboutins tokkelt Wanda op de broeksriem die hij van Mathilde op zijn bord gedropt heeft gekregen voor de kerst.

‘Komt ge voor een rapke meneer Richard? Of hebben we tijd voor de burgemeestersmarathon? Ik wil iets doen uit mijn steraanbieding van de hotelsuite in Rijsel. Als de beau monde overkomt uit Parijs’.

Nu toegeven aan zijn nieuwsgierigheid. Wat moet hij met schone manieren en al die oude wellevendheidsregeltjes die van hem bijna een weke hadden gemaakt, een loser met onzekere levensverzekering op het aards paradijs. Al bij al kiest hij hier vandaag zelf voor deze professionele verleiding. Dit is waar hij voor komt, staat en gaat in alle betekenissen van komen en staan. Betaald genot. Met het verrukkelijk risico van eeuwige verdoemenis er bovenop. Als jongen van bescheten huize kent hij geen verfijnder genot.

‘Ge hebt nog altijd een gesculpteerd lichaam. Doet ge nog exercices voor uw gewrichten? ’t Zijn gelijk allemaal musculussen wat ik voel'.

Wanda etaleert haar kunsten. Een jaar of wat in de Blue Moon omdat ze de mooiprater geloofde die zei dat hij van haar een prinses maken zou. Dan doorverkocht aan haar Franse pooier. Nu overal inzetbaar tussen Parijs en Amsterdam. Hij houdt ervan haar zwijgend te observeren. Altijd uw stand in stand houden. Een Molendam blijft een Molendam, met of zonder kleren aan. Al bij al heeft hij geen tijd voor de hele revue. Dit is Notre-Dame de Paris niet. Op zijn orderboekje wacht vanmiddag in de Halifax nog een hoogst interessante klant. Als hij dit verzetje niet te lang rekt, kan hij zijn rijkgevulde dag afronden met het jaarloon van vier weverkens die ter botermarkt gaen.

‘Ge weet niet wat ge mankeert. Ik zal het reserveren voor uw volgende visite. Ge gaat janken gelijk een prairiehond’.

Hij concentreert zich op zijn Monte-Christo, bijt de punt eraf spuwt hem in de geglazuurde kikker op de salontafel, blaast de rook in cumulonimbusjes de kamer in en laat zich door Wanda verwennen zonder haar ook maar één blik te gunnen.

Zonder liefde
oewarme liefde.


Artikel 1 van De Wet van Molendam.
Nooit met ondergeschikten converseren.


‘Als het zeer doet moet ge het mij zeggen maar misschien hebt ge graag dat het zeer doet. Ik heb vooral graag dat ge content zijt van mijn escort service haut de gamma'.

Haut de gamme, wat zou ze. Eén keer is er controle geweest tijdens hun esbattementen. Zo heeft hij vernomen dat ze eigenlijk Kielemoes Wendy heet en van de kust komt.

‘Kunt ge mijn geurken rieken? Ik heb getwijfeld tussen J’adore van Dior en D’accord van Max Factor'.

Ze oogt ouder dan ze is, hij schat rond de veertig.

‘Zie dat ge mijn poepke niet in vuur en vlam zet met uw dikke sigaar meneer Richard. Gaat ge mijn cadeauke niet vergeten?'

Blij mag ze zijn dat ze een vast maandinkomen overhoudt aan hem. Nooit veel complimenten. Nooit vijftig tintelingen prijs. Als zakenman kan je je inspanningen beter doseren. Je dient je prioriteiten te kennen.

‘Draait u om dat ik u hier een keer kan relaxeren vanaf uw nek tot aan uwen happy end. Ge zit zeker weer met uw kop vol muizenissen. Het is apropos niet verboden ondertussen te zeggen dat ik heel lief ben’.

Hij komt hier voor het onderhoud van zijn landingsstel zoals hij met zijn Rolls naar Brussel glijden zou voor nazicht van zijn roulementen. Vandaag is er echt geen tijd voor blabla bij de boemboem. Tijd is geld. Er moet nog een en ander versast naar Panama, eer de beurskoers kuren krijgt.

Terwijl Wanda afwerkt waartoe zijn pak briefjes onder de poten van de kikker bestemd zijn, overziet Richard Molendam hoe hij het leven toch maar mooi in kaart heeft. Wat niemand ooit voor mogelijk had gehouden is hem toch maar mooi gelukt. De commentaar van zijn kaartvrienden.

‘Malander? De vetste vis van allemaal’.
‘Groter dan de Compagnie du Zoute'.
‘Vetter dan Vandenavenne’.
‘En Vandenmoortele’.
‘Dat ware pas koekenbak’.
‘Als ge die kunt strikken zijt ge binnen’.
‘Pas toch op dat ge uw hand niet overspeelt’.


Goed en wel getrouwd was hij. Met Mathilde Malander.

‘Mijn broer Aimé zegt dat ge geen goede partij zijt voor mij, sorry dat ik het zo cru zeg Richard’.

Haar broer de larve. Klein krijgen zal hij het familiaal verzet. Voorlopig mag Aimé nog het baasje spelen. Op de knieën krijgt hij hem. Hij en alle anderen op zijn weg naar nooit geziene glorie en nog ongeziene weelde. De Tour de France en De Ronde van Vlaanderen en Nokere Koerse en als het moet heel die Flanders Santeboetieks zal hij kopen. Tegelijk Anderlecht en Club Brugge en Oostende er bovenop alleen om te tonen wie hij, Richard Molendam wel is.

Een heel regiment romantische pretendenten heeft ze achter haar dolly dot gehad Mathilde. Zij de kroonprinses. Naam. Geld. Een opvoeding waar al die femmes savantes uit haar bibliotheek vol goud op snee, Marguerite Yourcenar,Suzanne Lilar, Madame de la Fayette, Simonne de Beauvoir samen een profijtig crayonpuntje kunnen aan zuigen.

Met geduld. Met potig gedrag. Perfect volgens plan heeft hij haar verwijfde pretendenten één na één het nakijken gegeven. Een geslaagde roddelcampagne op het juiste moment voor de ene. Een vijandig bod en pseudo deskundige bankinformatie over een dreigend faillissement voor de andere. Voor de rest wat imponeren op de korte termijn. The Great Gatsby.

‘Ik ga het straks toch nog moeten geloven dat het niet waar is dat ge op mijn geld aast als een varaan op zijn prooi’.

In de vrijage met Mathilde heeft hij kosten noch moeite gespaard om de kip met de gouden eieren in huis te krijgen.

‘Aimé stond met zijn mond vol tanden toen ik hem de verlovingsring van de Place Vendôme toonde. Zijt ge zeker dat die echt is Mathilde? Moet ik hem onder de loupe laten bekijken in Antwerpen?’

Diamanten zijn voor eeuwig dat is geen cinema. Hij wist nu al zeker dat hij Mathilde ooit overleven zou. Zij met haar broze gezondheid vanwege altijd teveel verwend en veel te zacht gekweekt thuis daar bovenop haar toverberg. Dan kon hij nog altijd zien wat hij met de steen zou aanvangen. Geen risicobelegging.

‘Ja Richard. Tot de dood ons scheidt’.

Mathilde Molendam- Malander. Haar nieuwe naam als zijn wettige echtgenote. Met als bruidsschat al haar aandelen.

‘Kom niet te laat naar huis mon coeur Ik vraag aan Germaine dat ze uw lievelingssoufflé prepareert'.

Hij had alles op een rij. Dit was pas het begin.

‘Vergeet uw sjaalke in soie naturelle niet, meneer Richard. Ik zal er een druppel parfum op doen dat ge nog na geniet.’

Nee liever niet. Pas de traces. Er zou een dag komen dat hij ze allemaal overtreffen zou in macht en rijkdom. Iedereen zou vroeg of laat voor hem plooien, barsten of buigen. In alle clubs zou naar hem verwezen worden als naar dé succesvolle maakbare mens, de zakken vol geld. Consul van Liechtenstein zou hij worden. Speciale attaché voor onze missies in het buitenland. Persoonlijk raadgever van het hof.

‘Bedankt meneer Richard. Voor u bel ik een ander af bij Deedee, dat weet hij. Ze mogen zelfs van over de grote plas komen overvliegen. Maakt niet uit. Gij gaat voor. Desnoods doe ik een dubbele shift'.

Vanavond zou hij de plannen van hun patriciërswoning bestuderen. Het moest het mooiste huis worden van de hele laan. Mozaïekvloeren, visgraatparket, kunst alom, badkamer bij elke kamer, beeldentuin. Iedereen zou eens zien hoe welvarend hij wel was.

‘We gaan hem Victor noemen, Mathilde’.

De overwinnaar. De veroveraar. De enige naam die alles in zich had wat er voor Richard Molendam echt toe deed. Eén kind. Eén. Het fortuin moest groeien. In de eigen stamboom blijven hangen.

‘En als het een meisje is, noemen we het Victoria…’

Daar had je het al. Dochters lopen weg met je geld. Dochters dragen de bruidsschat naar een ander. Dochters baren de kinderen buiten het eigen wingewest. Molendam moet Molendam blijven:

Molendam Means Money.
Artikel Twee van De Wet van Molendam.


Alleen geld maakt gelukkig. Al de rest is bullshit.

‘Krijg ik één zoen meneer Richard? Bij wijze van au revoir’.

Vingervlug duwde hij een vet bankbiljet in het hartje van haar pruilmond. Ze komt goed weg dacht hij. Vreemde vrouwen kuste hij nooit. Mathilde alleen als het echt niet anders kon. Tederheid en al die zever, wat moet je ermee?

Gouden Bruiloft.
2018 (3). Copyright Stef Vancaeneghem.
Illustratie: Frank Derie.

GOUDEN BRUILOFT (2)



Richard Molendam

Breng me nu maar naar de plek van waaruit ik voor eeuwig een machtig mooi uitzicht heb op het dal. Voer mijn urne traag in zilvergrijze limo naar de dodenheuvel waar de jonge stadswerkman me uitstrooien zal. Zoals hij het dag na dag doet met de waardigheid die van hem wordt verwacht. De argeloosheid van zijn jeugd staat nog te ver af van andermans dood om in de afscheidsrituelen meer te zien dan een broodwinning. Een levenslang vast inkomen om zijn schakelwoning in De Stadstuin af te betalen. Met tussendoor nu en dan een reisje naar de zon.

Zoals het bezwete meisje in haar stomende goudgele tent op de zomerkermis bloemsuiker strooit op de oliebollen, zo zal hij mijn as uit zijn koperen tuigje persen. Een duizendmaal herhaalde mix van vervangende mystiek en vergane dodensymboliek. Meer dan professioneel geregisseerde inleving zit er voor hem niet in. Empathie heeft haar grenzen.

Laag danst mijn as nog twee tellen in het rond dertig centimeter boven de grond. Straks blaast de wind mij nog een keer terug in de ogen van de gieren van erfgenamen voor wie de snelceremonie al te lang duurt. Zie ze haastig met gemaakt verdriet hun roos naar mij smijten.

‘Wie gaat dat hier betalen?’
‘Was een krans niet genoeg?’
‘Wanneer zijn we geconvoceerd bij de notaris?’
‘Heeft iemand al nieuws?’
‘Wat zegt ge dat het nog lang kan duren?’
‘We zijn met twaalf verspreid over de landkaart’.
‘Die kunnen nu toch snel opgespoord worden met Google Map?’
‘Eindelijk gaan we haar rekenschap kunnen vragen’.
‘We doen haar een proces aan’
‘We claimen alles van haar terug’.
‘Ik ken een goeie zakenadvocaat’.

In korte, sierlijke bochten mikt de strooier mijn resten op het gras. Als tekent hij voor de laatste keer mijn initialen op deze planeet. Eerst voelt hij met de natte vinger van waar de wind komt. Vakmanschap is meesterschap. Laat het nu maar sneeuwen op het fijn stof dat overblijft van Richard Molendam. Echtgenoot van wijlen Mathilde Malander. De laatste sneeuw.

Dat je op het eind van je leven alles als in een Cinemascope terugziet, is dikke zever. Geldt alvast niet voor mijn zelfgekozen afscheid van het leven. Alles is volbracht. Nu ik de notaris exact gedicteerd heb wat ik wens. Molendam wikt, Molendam beschikt. Zo is het altijd geweest. Zo blijft het in het uur van mijn dood. En zelfs daarna. Zoals ze nu gauw genoeg gaan merken de gieren.

Als Elodie straks komt om mij zonder genegenheid te wassen zal ze een lijk vinden. Ik zal er niet langer moeten op toezien hoe ze eerst brutaal de overgordijnen wegrukt, dan in een zoveelste zucht de rolluiken optrekt.

De vernedering van mijn aftakeling kan toch nooit groter worden. Dood vergeet mijn tanden niet, op het tafeltje. Mijn ringen ben ik al kwijt. Ze heeft ze mee gegraaid en doorverkocht aan de Goudcentrale. Ik heb gelezen dat ze die in de kampen van de nazi’s ook vooraf weg namen. De gouden tanden ook. Eerst al het goud eraf en eruit. Dan zonder kleren met een ster erop onder het gas en in het vuur.

Welke nevenwerking die pillen hebben als ik ze allemaal tegelijk neem, weet ik niet. Eén na één heb ik ze uit de doosjes gepikt, onttrokken aan het alziend oog van Elodie. Pil na pil dichter bij de bevrijding uit alle lijden.

Bang ben ik niet. Ook jij bent alleen op mijn fortuin uit, Elodie. Het geld dat ik je geef, het geld dat je hier dag aan dag van me mee graait. Maar toch hou ik mijn gegeven woord. Ze gaan opkijken, de aasgieren.

Ik, Molendam Richard, de vermaledijde, zal hier nog een laatste keer postuum bewijzen dat mijn wet de wet is. Ik zal hen tonen hoe ik in mijn eentje sterker ben dan hun hele kliek bijeen. Grootser in de haat. Fideler in de passie. Bevrijd van alle kommer sterf ik als de winner die ik altijd was. Sterker dan de rest. The winner takes it all.

Ik weet niet of ik je nu terugzie, Mathilde. Ik denk het niet. Er was heel veel geld tussen ons. Geld dreef ons uiteen. Maar achter het fortuin dat ik van je nam, stak mijn grootser plan. Voor jou en voor mij. Iets moois met kinderen en geluk. Adieu Mathilde. Ik weet niet of god zich nog om zijn schepping bekommert. Misschien kan het hem gewoon geen zak schelen. Dobbelt hij er maar wat op los, om de verveling te verjagen.

En jij, Nena, mijn alles. Waarom liep het zo? Waarom kwam je helemaal uit je thuisland vluchten tot diep in mijn leven. Eerst om me te troosten, dan om me te vervloeken en te verdoemen. Waarom zadel je me in mijn laatste levensuur op met niks dan schaamte?

Gouden Bruiloft.
(2) 2018.Copyright Stef Vancaeneghem.