25 januari 2006

DE SCHRIJFHEREN (5.2)

Roman

Er is nog hoop voor John Kennedy. Alle groten laten zich in Amerika soigneren, de sjah van Iran, de negus van Ethiopië, prins Alexander van België. Ze snijden uw hart open, lappen het op, naaien u weer dicht en ge rijdt weg in uw Chevrolet Skylark. Daarbij, als hij doodgaat Kennedy, steken ze hem in de frigo voor het nageslacht. In onze beste kamer hangt mijn grootvader rond het radiomeubel in acajou. Het spel gaat beginnen, zegt hij.

‘Dat is nu al mijn derde wereldoorlog.’

Mama kijkt kwaad. Geen donkere gedachten in haar huis. Voor wie wil, heeft ze wafels. Iedereen wil er. Het kunnen ook de communisten van Cuba geweest zijn.

‘Castro heeft hem de invasie van de Varkensbaai nooit vergeven.’

Het enige we nu kunnen doen, is bidden tot de Heilige Hermes.

‘Er is al genoeg miserie geweest tussen witten en zwarten.’
‘Volgens mij roept de paus op tot een nieuwe kruistocht.’

Mijn broers praten mee. Zelf moet ik mijn smikkel houden. Ik ken niks van Stratego.

‘De Fransen zitten op hun gemak met hun force de frappe.’
‘Ze kunnen gelijk welke aanval afslaan.’
‘Vanop de Clemenceau.’

Misschien moeten we weer naar Paimpol zoals toen, zegt mama. In veertig zijn ze naar Paimpol gevlucht voor de Duitsers.

‘Ik zie mij daar nog arriveren, in positie.’

Mijn zus is er geboren. Er hangt een foto van haar in de veranda, in haar Bretonse klederdracht. Nu en dan rijdt mama met ons terug naar Bretagne. Dan logeren we bij meneer en madame Libouban die haar zo goed gesoigneerd hebben toen ze moest bevallen. Madame Libouban toont ons Dinan, Dinard en het eiland Bréhat.

‘De Amerikaanders gaan hun big one neerdroppen.’
‘Recht op Moskou.’
‘Johnson wordt president.’
‘Die wacht geen twee keer om zijn Colt te trekken.’

Mijn broers hebben de medailles van grootvader opgespeld. Kroonorde, Leopoldsorde, Malta, de Heilige Bavo. Wie haalt de Spa Natuur uit de kelder? Mijn broers niet, wie weet is dit hun laatste weekend thuis, verknal het dus niet door hen naar de kelder te sturen om een stomme fles Spa uit Boortmeerbeek. Grootvader trekt zich terug bij zijn duiven onder het dak. Ik mag bij hem zitten aan het dakvenster. Hij heeft er speciaal voor mij een schrijftafeltje gebouwd met ingebouwd gat voor de inktpot en een groefje voor mijn pen. Ik moet altijd alles opschrijven wat ik voel, zegt hij. Wat ik voel ? Ik schrijf een brief naar de Caroline en haar broer John John Kennedy.

Dear Caroline,
Dear John John,

Zelf zit ik al twaalf jaar zonder vaderfiguur, het heeft ook voordelen. Uw vader zoudt ge toch niet veel meer thuis gezien hebben. Altijd onderweg naar de Varkensbaai, naar een party met Marilyn Monroe, naar Berlijn of zoals vandaag naar Dallas. Als ge wilt, moogt ge bij mij wonen. De Wiener Sängerknaben hebben hier ook al gelogeerd. ‘s Avonds zongen ze Dorfschwalben aus Osterreich, G’schichten aus dem Wienerwald en An der schönen blauwen Donau.
Als ge bij ons komt wonen, gaan we in het Muziekbos blauwe kouskes plukken voor Caroline en verse kampernoelies voor ons. Of dan zitten we hier gewoon wat onder de pannen bij de duiven. Als de Russen komen, steken we ons weg achter de geheime deur die mijn grootvader voor mij getimmerd heeft zoals in het achterhuis van Anne Frank.
Ge stopt niet van ademen zonder vader. Ge kunt van uw leven iets maken en piloot worden. Caroline, zorg goed voor uw mama. Want mama’s zijn het schoonste wat er is. Als het wereldoorlog wordt, bakken ze wafels of ze bevallen. Ze houden de wereld in leven.

Uw vriend uit België,

Charlie Puis.

(Vervolgt).

Uit ‘De Schrijfheren’. Roman. Copyright Stef Vancaeneghem.