02 januari 2009

DE NALATENSCHAP
















Hoofdstuk 26.

Fox

Dinsdagochtend 5 september 1944.


Kwart voor acht. Geloei van de alarmsirene over Ronse mobiliseert al onze weerstanders. Ronse is nu wel vrij. Maar in het nabije Wodecq hangen nog Duitse troepen rond. Volgens de geruchten verschansen vijftig nazisoldaten er zich aan La Pierre in de hoeve van Valère Miclotte.

Zaterdag nog, daags voor onze succesvolle bevrijding van Ronse, hebben we met zijn allen in Pironche drie klare afspraken gemaakt.

Eén. We beperken ons nu tot algehele belemmering van de Duitse aftocht. Zonder daarbij verspreid de vijand roekeloos te gaan aanvallen in zijn de laatste nazi- bolwerken.

Twee. We pakken daarbij geen grote contingenten aan. We moeten vooral represailles tegen de bevolking vermijden. In Ronse is ons dat zondag perfect gelukt. Er zijn ons geen slachtoffers bij de burgerbevolking gemeld. Alles is verlopen volgens ons plan.

Drie. We vallen enkel kleine geïsoleerde groepjes vluchtende nazi’s aan. Ontwapenen. Gevangen nemen. Geen wraak. Geen haat. Liefst geen geweld. Duitsers ontwapenen. Dan doen opsluiten in de politiecellen van het stadhuis.

Waarom zouden we nu gek beginnen doen? Terwijl we met zijn allen deze hele verdomde oorlog lang de grootste voorzichtigheid aan de dag hebben gelegd? Al onze acties waren een succes. Onze overval van de Nationale Bank. Onze sabotage van het station. Onze spionagedaden voor de geallieerden. De finale bevrijding van de stad. Noch gijzelaars, noch represailles. We hebben geen gratuite risico’s genomen ten koste van de bevolking.

*

Maar vanochtend loopt de spanning bij onze mensen ongemeen hoog op. Nogal wat strijdbroeders willen onze vrienden van Ellezelles gaan bijspringen in Wodecq. Zonder mijn orders af te wachten, voegt Julien Debuysscher (codenaam Rx 231) zich bij de weerstanders van Ellezelles die op eigen houtje ten aanval trekken. Onder vijandig vuur ontkomt hij er op het nippertje door zich de hele dag voor dood te houden achter een stapel patatten. Debuysscher mag van geluk spreken dat hij nog leeft.

Op ons beraad vorige zaterdag is nochtans duidelijk afgesproken geen vijand te gaan aanvallen op zijn nest. Hij blijft immers te goed georganiseerd en te sterk bewapend. Wel gaan we proberen te verhinderen dat de Duitse kolonne vanuit de hoeve Miclotte noordwaarts vlucht. Daarom nemen we voorzichtig bewakingsposten in langs de wegen tussen Ellezelles en Wodecq. De instructies zijn daarbij zeer duidelijk. We verlaten onze stellingen niet. Laten ons niet verleiden tot aanvallen.

Tegen deze klare afspraken van grote voorzichtigheid in komt het in Wodecq helaas toch tot een treffen van overmoedige weerstanders die er afzonderlijk voor gaan. Deze roekeloosheid kost het leven aan 24 jonge verzetsmensen. Twintig nog zeer jonge mensen sterven er onder de Duitse kogels in geïmproviseerde vuurgevechten. Vier worden door de Duitsers na arrestatie gefusilleerd. Deze bloedige confrontatie leidt tenslotte tot onderhandelingen tussen Noël (codenaam ‘Myrtil’), oprichter van onze verzetsgroep in Flobecq en de Duitse kolonel-bevelvoerder en tot de overgave van de Duitsers.

We hebben een goed idee van wie er in Ellezelles die jongens hebben zitten opsmijten tot ze in hun jeugdig enthousiasme al te overmoedig werden. Zelf hebben ze zich daarbij laffelijk op de achtergrond gehouden. Ondertussen hebben ze wel vierentwintig jongens koel de dood in gejaagd. Ik voel mijn nagels nog in mijn handpalm van koleire om deze nodeloos geknakte levens. Vermalen als ze werden in het listige belangenspel van niet eens zo’n anonieme opsmijters. Vierentwintig jonge levens. Weggemaaid door een paar ophitsers, een in zwarte rok, een in damesrok.

*

Dapperheid is het juiste midden tussen roekeloosheid en lafheid. Dixit Aristoteles. Tot op vandaag was onze strijd er altijd een van weldoordachte daden. Al die jaren hebben we precies geweten waar we mee bezig waren. En waarvoor. We zijn geen avonturiers. We kicken niet op kogels. We gaan voor vrijheid. Rechtvaardigheid. Broederlijkheid. Noch haat noch geweld. Maar rechtmatige zelfverdediging. Tegen de donkere brute agressie van diegenen die ons zijn komen beroven van onze vrijheid. Ons verzet was niet altijd helemaal geweldloos, maar het geweld was de keuze van onze agressor. We slachten niemand af. Maar we laten ons ook niet afslachten. We laten ons niet beroven. Noch van ons land noch van de vrijheid waarop dit land gebouwd is.

Vandaag zitten we echter met een kater na onze grote feestvreugde om het vrije Ronse. De doden van Wodecq kleuren onze driekleur rood. Van het bloed. Van plaatsvervangende schaamte om de schaamteloosheid van lafaards die zich in de nu al opborrelende repressie willen verheffen op het bloed en de moed van anderen. Die zelfs de kerkhaan van Ellezelles al doen meedraaien op de winnende wind.

*

Als verzetschef hoop ik dat diegenen die onze jongens zover hebben gedreven dat ze onze instructies zijn gaan negeren en overmoedig de restantjes Duitse overmacht te lijf zijn gegaan op een ochtend in de spiegel kijken. Dat ze dan ook, al was het maar één keer, de vierentwintig lijkkisten zien die mijn nachtmerries telkens weer bevolken.

'De Nalatenschap’. Roman.
Copyright: Stef Vancaeneghem.

(Hoewel 'De Nalatenschap’ gebaseerd is op historische feiten en authentiek bronnenmateriaal, gaat het hier om een literaire interpretatie. Verantwoording van de bronnen cfr.9.08.2008).