05 december 2012

BRIEFGEHEIMEN

DE REFERENTIEKADERS
VAN DE VLAAMSE
AUTOCHTONE MIDDENKLASSE


Beste Abderrahim. In De Morgen vertel je hoe je als slimste van de klas door het PMS (nu heet dat ding CLB) zonder de minste duiding doodleuk doorverwezen werd naar het Technisch Onderwijs. Niet dat er wat mis zou zijn met dat technisch wel integendeel uitzicht op een goeie stiel enzo. Een jeugdvriend overtuigde je om het toch te wagen in de algemene humaniora en je ouders steunden je in die keuze. Je komt, zo schrijf je, uit een kansarm groot gezin van Marokkaanse gastarbeiders in de verpauperde volkswijk van de Brugse Poort in Gent.

Eens je humanioradiploma op zak ‘adviseerde’ datzelfde PMS je een hogere opleiding van het korte type zeg maar Hogeschool. Niet dat er wat mis mee is. Uitkijk op de arbeidsmarkt of eerst nog een doorleerdiploma. In dat nieuwe scharniermoment koos je echter voor een rechtenstudie die vandaag van jou een veelbelovende advocaat aan de Gentse balie maakt.

Naar aanleiding van de heisa omtrent de gebrekkige kennis van het Nederlands en navenante leerhandicaps kaart je - met als uitgangspunt je eigen leerervaringen - het zogenaamd ‘Pygmalioneffect’ aan dat verankerd zou zitten in ons onderwijssysteem.

(Pygmalioneffect. De verwachtingen die leerkrachten en leerlingenbegeleiders hebben van de schoolprestaties zouden de leerprestaties beïnvloeden. Hoe hoger de verwachtingen, hoe beter de prestaties. En omgekeerd).

Vandaar maak je een sprongetje en kader je die ‘sociale ongelijkheid in het onderwijs' in ‘de onderliggende mechanismen van sociale ongelijkheid in de samenleving.’ Tenslotte kom je weer uit op de taal en schrijf je:

‘Zo geldt de Nederlandse standaardtaal als algemeen geldende norm in het onderwijs, terwijl andere talen worden ondergewaardeerd in leerprocessen. Dat scholen in 80 percent van de gevallen penaliserend optreden van zodra leerlingen in een andere taal (Turks of Arabisch) communiceren, is stigmatiserend en pedagogisch niet te verantwoorden.'

Je voert professor Piet Van Avermaet aan om ietwat bezwerend te poneren ‘dat het referentiekader van de autochtone middenklasse van doorslaggevende aard is bij de invulling van de normatieve referentiekaders in het onderwijs.’ Ik die dacht dat we woorden als ‘allochtoon’ en bijgevolg dus ook ‘autochtoon’ niet meer bezigen mochten. Maar goed.

Beste Abderrahim, het verhaal van je zelfverwezenlijking dwingt alle respect af. Zeker bij mij, geboren met mijn zitvlak in restantjes margarine. Misschien zal ik je teleurstellen maar in de retorica schreef een meneer van het PMS even domgaweg op een papierke voor mijn moeder, weduwe met vijf kinderen, zonder verdere duiding ‘dat het voor haar zoon qua hogere studies niet echt uitmaakte’.

Daar sta je dan. Met vrienden die je al van in de poësis met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid weten te vertellen dat ze dokter en tandarts gaan worden. Jij die nog niet eens het onderscheid kent tussen de dan nog prille richting psychologie en Thomistische wijsbegeerte. Laat staan een interessantere en minder ‘geopenbaarde’ filosofiestudie aan pakweg de Vrije Universiteit Brussel.

(Ik weet overigens vandaag nog altijd niet wat ik later worden zal. Misschien eens om CLB-advies verzoeken).

Was ik van jou, ik zou maar niet te snel gewagen van onderliggend klasse-of Pygmalioneffect bij de onderwijsbegeleiders. Want al te vaak, ik zou het later telkens weer ervaren bij ‘tests’ van mijn drie kinderen is zo’n richtinggevend ‘advies’ gebaseerd op een haastige momentopname. Je schrijft het trouwens zelf: je boezemvriend wist beter. Jijzelf wist beter. Je ouders wisten beter. Met een determinerende klasse-benadering heeft dat weinig of niks te maken.

Het werkt hoe dan ook in twee richtingen. Noch weelde noch kansarmoede deugen voor een kind. Als alles je gegeven is, hoeft niks nog echt. Als je denkt dat je de bal er maar hoeft in te leggen, riskeer je naast te knallen. De schuld daarvoor dan bij de anderen leggen, ware pas echt onrechtvaardig.

Ons onderwijssysteem behoort netoverschrijdend tot het beste van deze planeet. Ik zie hier onderwijsmensen bezig die zich dag na dag uit de naad werken, het beste van zichzelf geven, veel meer dan van hen verwacht wordt om toch vooral elk kind zijn plaats, tijd en eigen stek te geven in het klasplaatje.

Uit mijn eerste klasje van toen kwamen ondermeer een briljante kernfysicus, succesvolle kunstenaars, kunstleraren, zakenlui, tolken, taalkundigen, een notaris, een diplomaat. Niet bepaald de zeven stielen die geassocieerd worden met dertien ongelukken. Hun talent kwam gaandeweg vanzelf bovendrijven. Niet vanuit hun afkomst maar vanuit hun klasse en karakter. Ook doorzettingsvermogen maakte het verschil. Kunnen afzien. Kunnen doorbijten. Met weinig kunnen leven. In barre omstandigheden. Doorgaan waar anderen ophouden. Natuurlijk is armoede onrechtvaardig. Natuurlijk moet eenieder gelijke kansen krijgen. Maar om nu direct van een Pygmalioneffect een veralgemenende determinante te maken... Ik hou niet zo van Calimero.








We hebben allemaal wel een ‘Dead Poets Society’-leraar gehad. En omgekeerd hadden we met zijn allen wel eens het gevoel de zondebok te zijn. Het hoort erbij. Zelf vergeet ik nooit de vernedering en de eindeloze scheldpartij van mijn klastitularis ‘zesde Latijnse’ omdat ik het – HOE BESTAAT HET! - aangedurfd had, daar gaan we:

ONZEN GROOOOTSTEN
VLAEMSCHEN SCHRIJVER
HENDRIK CONSCIENCE
DEN LEEUW
VAN VLAENDEREN!


fout op het schoolbord (zonder c achter de s) te krassen. Het woord ‘idioot!’ zinderde daarbij nog eens extra na als een van de mindere beledigingen. Ik zag deze week weer die kaplaarzen van ‘Laura’ ( zijn bijnaam). En die grijnslach.

Wat me een ietsepietsje steekt in jouw betoog, beste Abderrahim, is de bemerking ‘dat de Nederlandse standaardtaal als algemeen geldende norm in het onderwijs geldt terwijl andere talen worden ondergewaardeerd in leerprocessen…’

Wat had je gedacht? In het Nederlandstalig onderwijs? Die standaardtaal van ons ‘als geldende norm’ in het Vlaams onderwijs kan voor jou misschien vandaag een bron van ergernis zijn. Maar ze was in een vrij recent verleden geen vanzelfsprekendheid. Daar is dus wel voor gestreden en betoogd.

Stigmatiserend, schrijf je? Pedagogisch onverantwoord, schrijf je? Zal ik je eens een verhaal vertellen omtrent 'referentiekaders' van de middenklasse in het Vlaanderen van pakweg the fifties van vorige eeuw?

Ik ben de jongste van vijf en er zijn nogal grote leeftijdsverschillen in onze familie. Neem mijn oudste broer. Altijd in voor een betoging of een stunt. Vlaams-Nationalist avant la lettre. Vandaag overtuigd N-VA’er. We hebben er ‘boeiende’ gesprekken over, as usual.

Hij: Eerst een zelfstandig Vlaanderen!
Breiz Atao! Euzkadi ta askatazuna!
Om van de Catalanen te zwijgen!
Ik: Maar wèlk zelfstandig Vlaanderen?

Hij kreeg in zijn jeugd gewoon een hele week de buitenwacht van zijn leraar (‘De Roosten Eiliaas’) ...omdat hij het had aangedurfd …het Nederlands als onderwijstaal te claimen voor de lessen vaderlandse geschiedenis. Voor alle duidelijkheid: mijn broer zat in de… Nederlandse afdeling van het College. Frans was toen namelijk nog ‘de algemeen geldende norm’. En niet alleen in het onderwijs. Pour les Flamands la même sauce. Stigmatiserend, schrijf je? Pedagogisch onverantwoord, schrijf je?

Zo zie je maar. Wie het zoals jij vandaag in Vlaanderen wil hebben over geldende normen en een eigen identiteit, moet uitkijken. Of hij glijdt, zonder het zelf te weten, snel uit op de relativiteit van het woord rechtvaardigheid. Altijd weer zie je dan zo’n nieuw ‘scharniermoment’ waarop een terechte vanzelfsprekende eis ongemerkt omslaat tot een aanmatigende nieuwe dominantie. Arrogantie wil ik het niet noemen. Nog net niet. Doe het goed als raadslid. Voor àlle Ronsenaars, zo mag ik hopen. Misschien kom ik wel naar je eedaflegging.

(Aan Abderrahim Lahlali. Toekomstig gemeenteraadslid van Ronse).