08 januari 2014

BIOGRAFIE OF HAGIOGRAFIE?



OPKOMST EN UNTERGANG
VAN LEO VINDEVOGEL

KRONIEK VAN EEN FATALE EGOTRIP

Wie zich als jonge Ronsenaar geroepen voelt Ronse te besturen weze het zeer geraden de biografie van Leo Vindevogel te lezen. Al was het maar om - zwart op wit - te lezen hoe gemakkelijk de egotrip van machtsdrang dood loopt tegen de muur van vetes en afrekeningen. Dood: in het geval van Vindevogel letterlijk.

De auteur Pieter Jan Verstraete schreef het boek op zwaar aandringen van de inmiddels overleden schoonzoon en grote pleitbezorger van Vindevogel, de jurist Rémi De Vis. Het viel dan ook te vrezen dat Verstraete een hagiografie schrijven zou op bestelling van al diegenen die pleiten voor Vindevogels eerherstel.

Helaas is dat voor een groot stuk het geval. Verstraete vergrijpt zich over 640 bladzijden aan de kroniek van een ‘geschiedherschrijving’ met deze ene missie : eerherstel voor de geëxecuteerde oorlogsburgemeester van Ronse Leo Vindevogel. En wee al wie niet volgen wil.


L'enfer c'est les autres...

Hij doet dat door de tegenstand die Vindevogel ondervindt tegen zijn eigenzinnige koppige en onhandelbare houding subtiel op de kop te zetten en te transformeren tot de eigenlijke oorzaken van zijn tragische Untergang. Verstraete neemt daarbij kritiekloos de oude gratuite aantijgingen over van de gepatenteerde sensatiejournalist wijlen Louis De Lentdecker volgens dewelke alle anderen de schuld hebben aan de executie van Vindevogel: behalve Vindevogel zelf.

Volgens dat deuntje was Vindevogels executie als enig Belgisch parlementslid en collaboratieburgemeester van Ronse de schuld van: de franskiljons, de collaborerende textielbaronnen (Utexbel-baas Albert Samain die het imperium van Lagache heeft overgenomen wordt letterlijk aangeduid als economisch groot-collaborateur met geheime wand waarachter de uniformstof wordt geweven voor de nazi's), de rancuneuze katholieke Franstalige Patria-tegenstrevers, de mekaar bij de Sicherheitsdienst verklikkende Ronsese verzetsmensen, de eigen Volksbondvrienden die hij koud had gepakt en buiten spel had gezet voor zijn eigen natte machtsdroom, het ACW van wie hij de buitenwacht kreeg , de op wraak beluste repressieve magistratuur, de andere kant op kijkende Achiel Van Acker, de ‘laffe’ Gaston Eyskens die zelf voor het VNV zou hebben gesolliciteerd, de harteloze Prins-Regent Karel, de hoogst onbetrouwbare gemeentesecretaris Delobel die stukken uit het stadsarchief laat verdwijnen. En wie al niet. Het is met andere woorden de schuld van alle anderen.

Nieuwe vraagtekens



Het is de grote gemiste kans van dit boek. En ik schrijf dit niet zomaar lichtzinnig. Naar aanleiding van mijn roman De Nalatenschap kreeg ik (op 22 januari 2010) zelf namelijk een brief van Vindevogels pleitbezorger Rémi De Vis. Daarin brengt hij al de door Verstraete breed uitgesponnen hoofdstellingen in een notendop in kaart en… foetert hij wild tegen al wie hem hier niet blind in volgt op de weg naar de postume heiligverklaring. Alle zin voor nuance is daarbij uit den boze…

Waarom vind ik dit boek dan toch een absolute aanrader? Omdat Pieter Jan Verstraete, door dat grote definitieve eerherstel-verhaal op bestelling van de onvoorwaardelijke pro’s te willen schrijven, gek genoeg exact het omgekeerde losweekt en een heleboel totaal nieuwe vraagtekens achter de figuur van Vindevogel opwekt. Vraagtekens achter de systematisch bizarre attitude van deze losgeslagen machtsfiguur. Wie de man enigszins wou plaatsen in de elektriek van Ronse, wie hem wou vatten, laat staan proberen te begrijpen op de achtergrond van een wereldgebeuren dat hem oversteeg en dat hij week na week op een groteske manier analyseerde voor eigen gebruik in Het Volk van Ronse, die is na dit boek integendeel verder af dan ooit.

Om den brode, Michel…

Zo verdwijnt Vindevogel als jonge Volksbond-secretaris plots uit Ronse naar Roubaix. Zogezegd om er, zoals zoveel Ronsenaars, te leren voor textilien. Achteraf blijkt dat er op zijn leerplek aldaar niet één getouw stond.

Vanuit Roubaix verdwijnt hij daarop naar Brussel. Waarom? Waarvoor is hij op de vlucht? Wat liep er dan al mis in Ronse? Mystère et boule de gomme. Verstraete weet het niet, schrijft het niet. Van Vindevogel ontbreekt elk dagboek, elke persoonlijke notitie. Raar voor een man die zijn leven lang schrijft en schrijft. Of heeft iemand al zijn persoonlijke bezwarende egodocumenten 'gefilterd'? Vraagtekens, steeds meer vraagtekens...

Vindevogel versast de spaarkasgelden van de Volksbonders naar de eigen woning. Die kassa blijkt achteraf leeg ‘vanwege slechte beleggingen’. Hiermee geconfronteerd, tracht Vindevogel op alle manieren geld binnen te rijven om de put te vullen. Hij krijgt een terugbetalingsplan dat hij echter prompt stopzet…zodra hij oorlogsburgemeester wordt.

Als oorlogsburgemeester zet hij ook zomaar eventjes vijf van zijn kinderen op de loonlijst van de stad Ronse: als tijdelijke bedienden.

Die geldzucht werpt alvast een totaal nieuw licht op dat grote idealistische streven van Vindevogel die zich al in de jaren voor de oorlog ontpopt tot ongelooflijke politieke draaikont. Als hem door een gewezen frontkameraad uit de eerste wereldoorlog gevraagd wordt waarom hij als flamingant na WO I toch maar weer voor die al te weifelende Katholieke Partij (met haar Vlaamse Volksbond en Franstalige Patria-katholieken) kiest in plaats van voor de Frontpartij met haar meer uitgesproken Vlaamse claims, antwoordt hij zijn vriend Michel De Zaeytijdt simpelweg: ‘Om den brode, Michel’.

Volksbond en ACW: wie verraadt wie?



Draaikont, vraagt u? Als hij na de oorlog in de gevangenis zit, schrijft hij (op 29 september ’44) een brief naar de procureur om zich, alsof er geen vuiltje aan de lucht is, op te geven als vrijwillige arbeider voor de Amerikaanse of Engelse bezetter in Frankrijk, Engeland of Afrika. Hij wil dan wel dat ze hem de reis erheen gratis schenken…. Achter de idealist daagt het beeld op van een onwaarschijnlijke opportunist.

Pieter Jan Verstraete toont Vindevogel onderweg naar zijn ondergang bovendien als een hautain en stug man die bijvoorbeeld constant – in de derde persoon – de loftrompet blaast over zichzelf in Het Volk van Ronse. Zo ’n egotripper is hij dat hij al voor de oorlog (op 2 juli 1938) door het ACW wordt uitgesloten ‘vanwege zijn ‘onhandelbaarheid in een groepsbestuur’.

Diezelfde totaal eigenzinnige houding levert hem een onomkeerbare botsing op met zijn eigen voormalige achterban van de Kristen Volksbond. Een Volksbond die hij zelf door zijn fatale egotrip voor de nazi’s tot collaborateursnest degradeert. Hij duwt het Volksbond-bestuur aldus letterlijk naar de catacomben van hun kelderke. Hij doekt Theater Voor Taal en Volk op. Hij bombardeert zijn broer Meester Alfred tot directeur van Volk en Cultuur.

Gijzelaarslijst en lok-kaartjes voor de nazi’s



Cruciaal in het verhaal van zijn Untergang zijn de uitnodigingen (op gele postkaartjes) die hij als collaboratieburgemeester van Ronse naar argeloze Ronsenaars stuurt. Hij schrijft de gewone mensen van Ronse aan met de vraag zich te melden ‘op zijn bureel’ Naast dat ‘bureel’ van hem wacht de Feldgendarmerie hen op, voor transport naar Duitsland.

Ook de manipulatie van een verplichte zogeheten burgerwachtlijst wordt hem tot op vandaag, niet in het minst door de nazaten van de oorlogsslachtoffers, bijzonder kwalijk genomen. Die lijst bevatte de namen van zo’n 450 Ronsenaars tussen de 18 en 55 jaar. Die moesten, na de aanslag op zijn persoon (kogels in het hoofd en de romp) de wacht houden van de - door acties van het verzet - bedreigde infrastructuur en openbare plaatsen.

Vindevogel wordt door de Ronsenaars vooral aangewreven dat hij zijn ‘politieke vrienden’ vlotjes van de lijst deed schrappen. Dat terwijl bekende anglofielen er integendeel op werden gemikt. Een late persoonlijke getuigenis die ik optekende bij de research voor De Nalatenschap (over verraad en het Ronsese verzet en al wat er tussenin ligt) bevestigt dat. Dertig jaar lang verzamelde ik hiertoe in talloze gesprekken impressies en getuigenissen van Ronsenaars die me hun verhaal deden. En die me ook nog hun 'geil koertsie van Vuigoo' wisten op te diepen.

Pieter Jan Verstraete gaat in zijn biografie-hagiografie helemaal voorbij aan de impact van deze potentiële ‘bloedlijst’ en het levensgrote risico voor alle Ronsenaars die er op werden gezet. Voor de nazi’s was het namelijk noch min noch meer een schietklare gijzelaarslijst. Klaar voor massa-executie bij de eerstvolgende verzetsdaad. Zoals dat gebeurde vanop het oksaal in de kerk van Vinkt. Overigens dienden de stad Ronse en dus de Ronsenaars voor de aanslag op Leo Vindevogel ook nog eens drie miljoen boete te betalen aan de nazi's. Een fortuin in die tijd.

De burgerwachtlijst is, samen met de gele kaartjes het donkerste hoofdstuk in het hele Vindevogel-verhaal. Pieter Jan Verstraete glijdt er, ondanks zijn nochtans zo lijvige breedschrijverij voor wat betreft zijn bladzijden en bladzijden lange aanloop naar de ontsporing van Vindevogel en de executie, al te licht overheen. Onbegrijpelijk snel afgehaspeld, ofschoon essentieel in de schuldvraag.

Biografie of hagiografie? De dode Ronsenaars uit de nazikampen zullen het ons alvast niet meer kunnen komen vertellen. Eric Zonneman, het jongetje van negen dat op de dag van de bevrijding van Ronse in de Abeelstraat vanop de laatste nazi-pantser werd neergemaaid, evenmin. En nièt , zoals de gemanipuleerde 'geschiedherschrijving' ons tegenwoordig wil doen geloven, door een of andere 'jammerlijk verdwaalde kogel'. Van doelgerichte, blinde, absurde agressie gesproken.


Tussen zwart
en wit het grijs




Alleen al door tegenspraak van rechtspraak (eerst levenslang voor de Krijgsraad, dan de doodstraf voor het Krijgshof) zou Leo Vindevogel in niet-oorlogsomstandigheden allicht nooit geëxecuteerd worden. Maar het was oorlog. Met heel veel grijze zones, tussen het wit en het zwart.

In zijn laatste artikel voor 'Het Volk van Ronse', op 26 augustus ‘44, amper enkele dagen voor hij zich zelf zal aangeven, verantwoordt Vindevogel zijn hele houding ‘vanuit Duitse volks-en ras-affiniteit.’

Dat geeft veel te denken over de vandaag al eens vlotjes gehanteerde ras-en stamretoriek.

De balans van de bezettingstijd van Ronse onder Vindevogel was alvast bijzonder zwaar. Er werden honderdzeventig (170) Ronsenaars aangehouden. Daarvan verdwenen er zesentachtig (86) naar de concentratiekampen. Eenenvijftig (51) overleefden het niet.