28 april 2014

SAGANESKE

RESIDENTIE RONDE VAN VLAANDEREN



Angèle aan het graf van Hortense

Ik zeg dat is te zot voor woorden. Dat moet ik Hortense vertellen. Zij die haar leven lang gestreden heeft tegen d’onrechtvaardigheid in het algemeen op Kwaremont Dorp in ’t bijzonder. Gelijk ik haar ken, gaat ze dat zo niet laten. Daar ben ik zo zeker van als dat Hortense en Marie nu lang dood zijn en ik bijkans. Zij gaat ervoor zorgen dat Onze-Lieve-Heer de schuldigen straft. Want zij kent de binnenweg naar de VIP DER VIEPEN, Hortense.

Van Marie gesproken ik ben het haar hier eerst komen vragen. Of ik er goed aan doe het u ook te vertellen? Ge moet weten Hortense, Marie en ik beschouwen u als onze persoonlijke Beschermheilige. Voor ons zijt ge een echte martelaresse. Alleen al om wat ge afgezien hebt met die windhaan hier naast u die dacht dat hij boven alles en iedereen stond. Die nu veel doder is dan gij. Gij leeft voort in ons hart, Hortense. Maar hij daar, de sjieken monsieur, is nu niet meer dan de eelt die ik van mijn voeten krab. Met de puinstenen van mijn leven. De grootse zot, altijd met zijn Louis d’Or-stukken in die kwaaie gretige ogen.

Nee voor ons zijt gij een heilige, Hortense. Uw leven lang alles verbijten in stilte. Zonder tiara op uw hoofd. Zonder papamobiel of niks. Alle dagen een aanslag op uw ziel en op uw broze lijf. En hem alle dagen weer opnieuw alles vergeven in uw gouden kooi. Altijd de kop rechtop. Nooit eens dubbel geplooid gelijk Moeder Theresa. Gij zijt tenminste niet gelijk hun prefab-heiligen die ze tegenwoordig in de Romeinse santeboetiek subito santo verklaren. Twee voor de prijs van één, gelijk in de solden. De ene paus is nog niet dood of de andere verklaart hem al heilig. Twee pausen dood en heilig. Twee tegelijk nog in leven. Eén voor de linkerkant en één voor de rechterkant van God. Zo is iedereen content. Polen en Zuid-Amerika. Afrika mag weer gewoon knikken en dankuwel zeggen.

Marie haar grafsteen begint daar te daveren gelijk of dat ik het u zeg, Hortense. De tuliepen die ik in een vaas naast haar foto schuif schudden me daar uit al hun stampers. Als stond er een discobar vol decibellen op ’t dorpsplein van Kwaremont. Is dat allemaal echt wat ge mij zegt? Hebben ze dat braaf dikkerdje van ’t Oecumenisch Concilie heilig verklaard? En die communistenvreter die altijd de tarmac kuste ook? Die in de slag zat met de geheime dienst van d’Amerikaanders om ’t Ijzeren Gordijn te plooien en van de muur van Berlijn graffiti-souvenirkes te maken voor ouwe hippies? Dat die mens niet veel meer streptokokken en andere generische ziekten op zijn lippen gevangen heeft van altijd zo overal die vuile landingsbanen vol nafte te kussen, dàt is pas een mirakel. Misschien daarmee dat ze hem nu al heilig verklaren. Als Marie een keer vertrokken is …ge kent ze.



Hortense, ik ben mijn prikkeldraad kwijt wat was ik aan het vertellen. Of we weer oorlog krijgen tegen de bolsjevieken, vraagt ge? Voorlopig niet. Het toeristisch seizoen gaat beginnen. De Russen moeten eerst nog naar Nice, de Duitsers naar Antalya, de Belgen naar Almeria. De oorlog is gepland tegen dat de mensen hun mazout moeten bestellen en de Russen hun gaskraan dicht draaien.

Nee, Hortense, de echte oorlog is al bezig. Hier en nu achter de kerk. Hier, bovenop de Kwaremont. In het rustoord. Zeg mij eerst, zijt ge in uw graf gebleven op de zondag van de Ronde van Vlaanderen? Of zijt ge eens gaan uitwaaien langs de Schelde? Hier op het dorp was het een cirque, ge zijt het niet wijs. Enfin… zelf heb ik het maar van horen zeggen. Ik wou naar hier komen om mijn zondags klapke te doen, met u en Marie. Maar ik mocht mijn kamer niet uit.... Ge hoort mij goed. Ik niet, en al de andere bewoners van ’t hospice ook niet. Het rusthuis wordt hier op de dag van de Ronde van Vlaanderen afgehuurd door een Grootbank. Exclusief voor al hun VIEPEN. Wij moeten dan in ons kamerke blijven. Dat we vooral niet teveel in de weg lopen. Wij met ons looprekje. Terwijl het schoon volk levend gekraakte gegrilde kreeft A la Façon de Piet Huizeprut zit te vreten. En zich bezat aan bubbels. Kunt gij u dat goed voorstellen, Hortense? Ik zit daar dan zelf in mijn eigen rusthuiskamer zo opgesloten als een gevangene in de barak van Barack Obama op Geronimo Bay.

Ik heb dan maar die hele zondag hard gebeden voor U. Dat ge een woordje zoudt doen bij de VIP DER VIEPEN. dat Hij mij daar gauw komt weghalen met zijn Tuinman. Dat ik mij bij u kan komen leggen. Voorts van niemand meer gestoord. Dat gij en Marie en ik dan op ons gemak op de zondag van de Ronde naar de coureurs hun ingevette benen kunnen kijken, gelijk vroeger aan d'oude pastorie. Briekske Schotte die, de kop scheef over zijn guidon, de Kwaremont boven kwam gekropen. Met twee geklutste eieren in zijn bidon, tegen de fringale. Tot zondag Hortense. Dan breng ik tuliepen mee voor u. En blauwe kouskes voor Marie. Of hebt ge het liever omgekeerd?

Dit is fictie. Saganeske is een werktitel.
Illustraties. Edward Hopper.
Briek Schotte, aan de kerk van Kanegem.