05 mei 2014

TUUPE VUIR RONSE

SAMEN VOOR
DE RENAIXANCE
VAN RONSE




Ronse is een Vlaamse stad. Met, sinds de early sixties, faciliteiten voor de Franstaligen. Al naargelang je eigen opinie kan je dit statuut betreuren of integendeel een troef vinden.

Zelf vind ik dat de ligging zelf van Ronse op de taalgrens alvast een - onder meer –niet te versmaden commerciële meerwaarde betekent.

Diezelfde faciliteiten gelinkt aan de taalgrensligging blijken echter vooral op het bestuurlijke vlak een administratieve remmer. Dit navragen bij Luc Dupont en zijn voorgangers met de Ronsese sjerp om. Precies vanuit deze ervaring als bestuurder van Ronse schreef Luc Dupont destijds zijn brief naar toenmalig premier Yves Leterme.

Anders dan Oudenaarde mocht Ronse door het faciliteitenstatuut bijvoorbeeld niet fusioneren met pakweg Maarkedal of Kluisbergen. Niet alle steden zijn dus voor de Belgische grondwet gelijk voor de wet.

Als Ronsenaar vind ik dat totaal niet kunnen. Persoonlijk vind ik daarom dat, zo lang de ons door Brussel opgedrongen Ronse-remmers inherent aan de faciliteiten ongewijzigd blijven, we als Ronsenaars recht hebben op het claimen van compensaties. Al weet ik best wel dat die gemakkelijk weg gelachen kunnen worden als weinig meer dan wat noodkreten van dat lastige stadje tussen twee heuvelzones.

Maar ondertussen gebeurt er dus niks en krijg je op een dag uitzendingen waarin er nog liever over de goedkope immomarkt van (‘eikes’ ) Ronse heen wordt gehopt om vanuit het dure Vlaanderen naar de ....goedkope... Collines te gaan wonen. En zo blijft Ronse in de status quo en in de perceptie keer op keer die te mijden voordeur van Wallonië of is het de achterdeur van Vlaanderen.

Ronsenaars - de meesten toch - zijn tolerante mensen. Ze hebben geen administratief beklemmend keurslijf nodig om taalhoffelijk te zijn. Ze willen alleen een komaf met vijftig jaar achteruit stellen van Ronse gelinkt aan de administratieve remmers en rompslomp van een beklemmend en bevoogdend taalstatuut. Op een democratische wijze welteverstaan. Alle Ronsese kandidaten voor 25 mei willen bij mijn weten elk op hun manier vooruit met Ronse. Dat is hun recht en dat heet democratie.

Daarnaast, in de schemerzone van die rechtmatige verzuchtingen voor Ronse en geheel los van dit democratische gebeuren, bestaat er - zoals dit weekend helaas nog maar is gebleken - nog altijd een soort sloganesk vandalisme en zinloos xenofoob extremisme dat erop uit is om via de straatstenen en gevels van Ronse de positieve geduldige broze samenlevingsopbouw van deze stad te bekladden en te breken.'t En zal.

Met de Ronsese Alliantie Tuupe Vuir Ronse blijf ik, samen met zovelen, vanuit welke filosofische opinie of democratische politieke partij ook, geloven in Renaixance step by step en dag aan dag, van ons aller geliefde stad.