15 oktober 2014

ZONNELAND

DE V VAN
VERDWENEN VADERS
IN DE VINGERS
VAN JAN JAMBON




Ik heb me, in deze blog en ook voordien in de lokale print pers, altijd hard afgezet tegen een conference die de ter dood veroordeelde Ronsese SS ‘er Maurice Ponette - wiens straf werd omgezet tot levenslang, gereduceerd en uitgezeten - ooit in Ronse kwam geven over zijn tijd bij de Waffen SS. Via verontwaardigde tussenpersonen was me van die bijeenkomst op uitnodiging van Marnixring Ronse een nauwgezet schriftelijk verslag bezorgd. Met erbij de (overbodige) wenk ‘dat ik wel weten zou wat me te doen stond.'

Maurice Ponette roemde er zijn tijd bij de nazi’s als de mooiste jaren van zijn leven. Met mijn virulente aanklacht tegen deze spreekbeurt haalde ik me prompt banbliksems op de hals van (een paar) Marnixring'ers die vonden dat zo’n toespraak best wel kon ‘van iemand die toch zijn straf had uitgezeten en bovendien als advocaat zelf weer ingeschreven stond bij de balie'.

Nu door de ovenverse oppositie aan premier Michel het ontslag wordt gevraagd van diens vice-premier Jan Jambon vanwege diens uitlating dat collaborateurs ook ‘hun redenen hadden’, denk ik terug aan SS’er Ponette. Ook aan Ronse’s collaboratieburgemeester Leo Vindevogel en aan de negenjarige Eric Zonneman die op de dag van de bevrijding van Ronse door de laatste weg vluchtende nazi-pantser werd neergekogeld met een Belgische cocarde op het jongenshart.

Voor mijn roman ‘De Nalatenschap’ en mijn theaterstuk ‘Zonneman’ heb ik ruim dertig jaar lang gezocht, gelezen en geluisterd naar het wit en het zwart in het Ronse van collaboratieburgemeester Leo Vindevogel, het enige Belgisch Parlementslid dat, anders dan SS’er Ponette, naderhand wél de dood met de kogel kreeg. Ik vond daarbij vooral veel grijs...Bij die lange research is vooral gebleken dat er over het Ronse van toen voor altijd een hardnekkige dikke mist is blijven hangen. Die zal pas optrekken voor de nieuwe generatie die er nu zit aan te komen en die in het V-teken eindelijk ook de v van verzoening wil zien.

Altijd weer, zo blijkt uit mijn zoektocht naar die oorlogstijd, gaat het om mensen die als enkeling gevat worden in een veel groter verhaal dat hen letterlijk en in dit geval ook figuurlijk 'totaal' overstijgt. Gegrepen als ze zijn in hun persoonlijk voorthollend verhaal, door de familie, hun entourage, hun geloofsovertuiging, de school, de kansel. Mensen die keuzes maken. Mensen die meegesleurd worden in de mallemolen van oorlog. Het draait daarbij vaak om dure woorden als diepste overtuiging en dapperheid struikelend over de valstrikken van overmoed, roekeloosheid, ontsporing van macht.

Toen ik voor de solidariteitsactie ‘Levensloop’ een bezoek bracht aan het atelier van beeldhouwer Stefaan Ponette (die van 'Den Belleman' aan Sint-Hermes) op de flanken van de Patersberg deed hij mij, daar middenin zijn schitterende kunst, plots spontaan het verhaal van zijn jeugd als jongste zoon van....SS’er Maurice Ponette. De eerste jaren van zijn leven zonder vader die naar Argentinië was gevlucht, zich dan toch had aangegeven, hier in de gevangenis zijn straftijd had uitgezeten. Toen Stefaan als jongetje van elf voor het eerst zijn vader zag, zei hij ‘dag meneer’.

De v van vreemdeling.
De v van verdwenen vader.
Fout in de oorlog voor de ene .
Dood in de kampen voor de andere.

Het gaat dus om zoveel v’s tegelijk in de vingers van Jan Jambon bij de koning. Het gaat om de v van vrijheid, verraad, verzet, verlies, verlorenheid. De v van door België aan Vlaanderen vergeten frontbeloften.

Voor mijn na-oorlogse generatie zit de v van vergelding erop. Wij gaan nu als vrije Vlaamse Ronsenaars of als Ronsese Vlamingen onomwonden voor de v van vertrouwen in de toekomst. Tegen om het even welke recuperatie in. Noch van de kogels in het hart van Zonneman. Noch van de executiekogels in het lichaam van Leo Vindevogel. Tegen alle v’s van vastgeroeste vooringenomenheid in.

Inleving, begrip en mededogen voor àlle oorlogsslachtoffers is wat de mist in de kunstenaarsblik van Stefaan Ponette me heeft geleerd.
Daar, tussen de prachtige beelden van zijn telkens weer terugkerende verdrietige vereenzaamde mama. Met haar verloren baby.

14 oktober 2014

ZONNELAND

ALLES WENT
ZELFS EEN
RONSENAAR
IN HET PARLEMENT




’t Is hier precies een kleuterklas’. Zo resumeert geboren Ronsenaar Hendrik Vuye als kersvers fractieleider voor de NV-A zijn eerste historische tussenkomst in het federaal halfrond van het Koninkrijk België. Het parlement, is nu eenmaal geen auditorium voor studenten grondwettelijk recht. Vuye heeft er zijn eerste middag als fractieleider in de hoge vergadering op zitten. Gevraagd door de lady in red van Canvas of hij er klaar voor was om Laurette Onckelinckx van antwoord te dienen, kieperde hij de vraag gewoon op de kop:

‘Ze kan zien dat ze er zelf klaar voor is…’



Hendrik Vuye is er de man niet naar om een blad voor de mond te nemen. De professor die zich keer op keer tot populairste van de hele Faculté Notre Dame de La Paix liet verkiezen, is dezelfde die er ook niet voor schroomt om (met of zonder parlementair onschendbaar harnas ) Ronse's grootste textielbaas allertijden, wijlen Albert Samain, volmondig te beschuldigen van grootschalige economische collaboratie.

Wie weet welke argumentatie hij straks in het kamerdebat dat er zit aan te komen nog achter de hand houdt om zijn partijgenoot en vice-premier Jan Jambon helemaal uit de wind te zetten, nu die uitgerekend van collaboratie een heet hangijzer maakte door in de Libre te verklaren dat de collaborateurs ‘ook wel hun redenen hadden’.

Siegfried Bracke mist van zijn kant compleet zijn entree als Kamervoorzitter. Bij gebrek aan degelijke kennis van het reglement diende hij zelfs - bepaald pijnlijk - te worden ter hulp gesneld door …Patrick Dewael. ‘Plaatsvervangende schaamte’, zuchtte daarover commentator prof. Carl Devos. Als boswachter is Broeder Bracke het schijntje van de nieuwsstroper die als journalist ooit voor groot-inquisiteur van de Wetstraat speelde. De Kamer is nu eenmaal geen besloten loge-atelier.

STUDIO RONSE

CECI N'EST PAS MON VELO.

13 oktober 2014

STUDIO RONSE

HOE MOOI RONSE TOCH KAN ZIJN