23 april 2015

DE RONSENAAR HIER EN NU

DE DUIVEL IN WILLY DEVENTER



Dit moet je grafisch kunstenaar, uitgever en onvermoeibare mediatieke duizendpoot Willy Deventer toegeven. Als hij iets in de kop heeft zitten, dan heeft hij dat niet waar zelfs de zetduivel krabt als het jeukt. Dat is gisteren nog maar eens gebleken bij de heel fijn verzorgde uitreiking van de Gazetronse Award 2014 in Vakantiehuis Adelaide aan zonderling Jean-Marie De Dijn.

Van Adelaide gesproken: de documenten die er onder het luisterrijke oude visgraatparket gevonden zijn, zouden zowel Hendrik Vuye als Luc Vandevelde allicht in de hoogste staat van opwinding en of ontzetting brengen. Ikzelf zou er met graagte een Château Pétrus uit de rijk gevulde caveaux van toen voor afslaan om te snuffelen in de documenten uit tijden, zo donker als de bruine wandtapijten in de ‘beste kamer’ die in de zware kelderkluis als ‘secrets de famille’ bewaard werden.

Willy Deventer, onveranderlijk met zijn eigen Ronsese versie van de Gilbert Bécaud-erwtjesdas, haalde er gisteren zijn oude copain, de immer minzame Marijn Devalck bij om de goede tijden van zijn eigenste oude en nieuwe (G)azet nog eens met grote stijl te doen heropleven.



‘Boma’ heette in die late sixties nog ‘Marino Falco’ toen hij hier in open limo als ‘roi de la chansonette’ werd ingehaald. Het was de tijd dat The Blue Diamonds (‘Ramona’) , ‘Titten & Patatje’ en wie al niet vlotjes hun weg vonden naar de redactie van AZ in de Stationstraat en ‘Beowulf’ wekelijks de pannen van De Memlinck schreef. Marino Falco zong ‘Ma première cigarette’ en werd bijkans wat Roland Lommé vet (tegen Sofia Loren, lonkend naar haar weelderige étalage) ‘une grosse vedette’ zou genoemd hebben.

Met het geld van zijn hit bekostigde Marijn zelf zijn conservatoriumstudies, koos voor theater en het betere lied en werd uiteindelijk onsterfelijk als de mythische Boma van de Kampioenen die tot op vandaag prille tieners dromen doet in levende lijve, film, televisie en stripalbums. Een mooie mens, gisteren dus nog even voor Willy in ‘Adelaide’: diep in het Ronse dat hij heel goed kent van eerdere optredens in de Harmonie en aan het Malanderplein.

Van dromen gesproken, Willy Deventer koestert er een die ik met hem deel: Ronse onvoorwaardelijk op de kaart zetten. En dan liefst zo breed mogelijk. Dat kan volgens Willy Deventer best met een wezen dat universeler is dan de patroon van Ronse zelf: de duivel.



Lange tijd heb ik gedacht dat Willy Deventer zelve de duivel in persoon was die ‘De Ronsenaar’, mijn eerste uitgever, werkgever en lievelingsgazetje had doodgeknepen met zijn gratis alle bussenblad. Nu vinden we mekaar Tuupe vuir Ronse in onvoorwaardelijke onafhankelijke journalistiek en meerwaarde voor onze geliefde stad.

En geloof me vroeg of laat haalt Willy Deventer met zijn duivels plan zijn slag thuis en zet hij de duivel van Ronse internationaal op de kaart. Als ik tegenwoordig het journaal zie, het verhaal van de bootvluchtelingen, al die miserie, dan heeft die duivel van hem volgens mij al zijn onweerstaanbare definitieve comeback ingezet.



Toen de duivel van Ronse even uit het doosje werd gehaald of liever uit de nis van Sint-Hermes voor een restauratie haastte Willy zich alvast naar de Grute Kierke. Daar schetste hij de satan van Ronse vanuit nooit eerder geziene kunstenaarsperspectieven. U ziet het schitterend resultaat van één van Willy's artistieke duivelsinterpretaties hierboven. Om je maar te zeggen: de man laat zich niet afschrikken door de eerste de beste gevallen engel. Tip voor de Award 2015: den Duvel.
Oh ja, er waren gisteren ook pralines van Chocolatier Hermes. Duivels lekker. Niet te verwonderen dat de Jappen er net vijf ton van bestelden.


Illustratie: 'De duvoos' van Ronsenaar Michel Provost die zich sinds deze week ereburger van het Mexicaanse Tacambaro noemen mag. Voor meer info omtrent de Award 2014 : klik op mijn link met 'Gazetronse' hiernaast.