22 mei 2015

DE DOOD DOOR ONTHOOFDING



Hermes, waarom drijf je je koppigheid zo ver dat je er me vandaag toe dwingt je te berispen? Jij, mijn maat van altijd. Denk aan al onze mooie dagen samen. De openingsvieringen van onze veldtochtentijd in maart . De heilige dans der Saliërs. De wedrennen van onze paardenfeesten. De zegening der trompetten. Niets heeft ooit geleken op wat we samen van Rome hebben gemaakt. Noch de zeeën noch de bergen scheiden nu de Romeinse burgers van elkaar. Zestig miljoen mensen. Overal hebben zij dezelfde rechten en plichten. Jij ook, Hermes. Rechten maar ook plichten.

We zijn samen naar alle kanten van de wereld getrokken. We hebben die wereld onderworpen aan onze orde en overal van onze vroegere vijanden Romeinse soldaten gemaakt. We hebben onze wetten beter gemaakt dan alle andere.

Kijk naar de werking van onze senaat. Kijk naar onze consuls die zich inzetten voor het immense Romeinse volk. Kijk naar onze majestueuze gebouwen en kunstwerken. Kijk naar onze mooie gymnasia, onze grootse tempels, onze prachtige fonteinen. We hebben de wereld beter en mooier gemaakt.



Er bestaat geen enkele natie, hoe verwijderd van ons ook, die we nu niet kunnen laten meegenieten van de weldaden van het Romeinse rijk. De lokale aristocratie neemt overal ter wereld onze levenswijze over. Zoals de bladeren van eenzelfde boom, worden zij deel van het grote Romeinse geheel. Hun kleding, hun woningen en hun publieke gebouwen stralen de grootsheid van Rome uit. Van in Brittannië tot in Gallië. Van de Middellandse Zee tot aan de Tigris.

En ooit, op het Altaar van de totale Pax Romana, zal ik , Hadrianus, de nieuwe keizer van Rome, omringd door het kruim van het Romeinse volk , de senaat en het leger, priesters, magistraten en lictores getuigen van de grootsheid van Rome. En jij, Hermes, jij hoort bij dat kruim. Dat is je plaats. Doch voorwaar ik zeg je: let op je zaak, vriend!



Een heel leven samen aan de grenzen van het rijk, eer ik je benoemde tot stadsprefect van Rome. Vijf keren overwinterden wij samen in Carnuntum aan de bevroren Donau. Je doorzicht heeft ons toen overwinning na overwinning gebracht. Je deugdzaamheid stond ver boven die van mijn andere generaals. Je was uitzonderlijk alert . Daardoor wist je sneller dan een ander kansen te grijpen. Het heeft je succesvol en welvarend gemaakt.

Het is een verdienste die godenkinderen als jij toekomt, Hermes. Buitengewone mensen waarin de goden zichzelf herkennen. Je bent uit het goede hout gesneden. Je bent integer en zelfbeheerst. Je weet perfect hoe je na de verovering een provincie moet gouverneren. Je haalt je gezag uit je eigen klasse. Veel meer dan uit de functies en eretitels waarmee ik je als mijn fideelste compaan heb overladen. Je beschikt ook over de nodige bijval. Je bent het voorbeeld van de nieuwe mens. Je was een vrijgelaten slaaf, je werd een charismatische chef.

Maar de goden zijn niet blind. Alle succes is broos. Tart het lot niet langer , goede vriend. Je succes kan alleen blijven duren in het respect voor onze goden en hun wetten. Niemand staat daar boven. Zelfs ik, je keizer, niet.

Denk aan de weg die je hebt afgelegd naar de top. Aan je tijd op de boerenbuiten als slavenkind. Aan de viering van de Compitalia in januari. Na de Saturnales, als de natuur rust. Al die zingende boeren die naar het altaar van de huisgoden trekken. Met hun gebroken ploeg, als symbool van het afsluiten van hun werkzaamheden. Aan e poppen die de leden van elke familie voorstelden en werden geofferd aan de godin Mania, ter intentie van de levenden.

Waarom laat je dit alles los ? Ben je dan onze jachtpartijen vergeten in de heuvels van Zuid-Spanje ? En onze tijd samen, toen je aan mijn zijde tribuun was van het Legio Adiutrix in Beneden-Pannonië en het Legio Macedonia in Beneden-Moesië.

Je was bij mij, toen de oude Nerva overleed en we naar Trajanus in Germanië trokken om hem als eerste te melden dat de senaat hem wou als nieuwe keizer. Hoe we samen aan de zijde van Trajanus de noordgrenzen gingen versterken. Hoe we Dacië binnen vielen.



Hoe we met het Legio Minerva de Parthen aanvielen. En Armenië. En Mesopotamië. We baadden toen samen in de Perzische Golf. We aten alle dagen tetrapharmacum, mijn favoriete gerecht. Fazant met ham en zeuguiers in deeg ! Ik bleef toen achter in Antiochië om het Oosten te besturen. Jij volgde Trajanus naar Sicilië. Je was erbij toen hij zijn beroerte kreeg op de terugreis naar Rome.

Dat je me na dit alles nu in de steek laat. Dat je me opzadelt met een vreselijke taak. Jij die meer weet dan wie ook in dit rijk. Hoe Trajanus’ weduwe Plotina samen met keizerlijk praetor Attianus beweerde dat de stervende Trajanus mij in zijn laatste levensuur had geadopteerd en als opvolger had aangewezen.

Je gunde het mij volkomen. Je bent zelf een adoptiekind. Je hebt gezwegen wat er te verzwijgen viel. Dat Plotina die zogenaamde adoptie en opvolging van haar tot pluim geflikt heeft. Ik heb je plichtsgetrouw stilzwijgen over dat gefoefel altijd gewaardeerd. Daarom valt het me hier vandaag zo zwaar tegen dat je onze broederschap, onze vriendschap zomaar overboord gooit voor die sekte van christenen. Je zegt dat het rijk van je sekte niet van deze wereld is maar het mijne strekt zich uit van oost naar west. En daar heb jij aan meegewerkt, Hermes.

We hebben dat rijk samen gestabiliseerd. We hebben overal de lokale elite weten in te palmen door hun de voordelen en de status van een nieuwe provinciale Romeinse aristocratie aan te bieden. Al snel gingen zij de toga dragen en aapten zij onze Romeinse etiquette, kleding en haardracht na. Onze Romeinse goden worden er vereerd. Er wordt steeds meer Latijn gesproken. De zonen van de stamleiders krijgen Romeins onderwijs. De Romeinse klederdracht wordt overgenomen. Er komen overal gaanderijen en badinrichtingen. Zij pikken dingen van ons en wij van hen. En iedereen wordt er beter van. Denk aan al die vechttechnieken die we met succes overnamen van de barbaren. De truken van de Parthische en Armeense boogschutters te paard. De wendingen van de Sarmatische krijgers. De schijnretraites van de Keltische stokdragers. Al hun oorlogskreten ook.



Maar mijn bewind is zoveel meer dan oorlog en kreten. Op jouw aanraden, Hermes, heb ik de Romeinse wetten fatsoenlijk laten codificeren. Dezelfde wet die jij nu zo schandelijk overtreedt. Ik heb Salvius Julianus gevraagd om een universeel wetstelsel te maken. Met je steun en je ideeën heb ik de tempel van Venus gebouwd. Ik heb van het Pantheon een architectonisch hoogstandje gemaakt.

Om dit alles noemen ze me de Bevrijder van het universum, Zeus, de goddelijke verlosser van de wereld. Wel, Hermes, fidele vriend laat me daarom nu je weldoener zijn. Zweer die onzin van de christenen af. En we praten er verder niet meer over. Herlees toch de brief die Trajanus schreef aan Plinius. Daarin herhaalt hij duidelijk alle regels die gelden ten aanzien van de christenen. Zij die hun geloof niet willen verloochenen door aan de goden te offeren, moeten met de dood gestraft worden.



Je zet me met de rug tegen de muur. Je dwingt me ertoe dingen te doen waarvoor een ander dan ik zijn handen in onschuld zou wassen. Maar ik ben behalve je vriend ook je keizer. Vergeet dat niet. Jouw nieuwe geloof is een dwaasheid. Een verderfelijk bijgeloof. Iets voor slaven en onontwikkelde lieden. Wij, stoïcijnen, kennen aan hun lijden als zogeheten martelaars geen enkele zelfstandige waarde toe.

Ik vraag het je als vriend, als strijdmakker, als keizer en voor de allerlaatste keer. Zweer je geloof af. Offer aan de goden. Doe het me niet aan dat ik uitgerekend tegen jou de hoogste straf moet uitspreken. Ik geef je nog een etmaal de kans om je mening te herzien. Ik bied je bovendien de mogelijkheid, als je toch koppig wil blijven, om er zelf uit te stappen. Met waardigheid. Als een echte stoïcijn. Meer kan ik voor jou met de beste wil van de wereld niet meer doen.



In naam van de senaat
en het volk van Rome,
beschuldig ik Hermes,
Stadsprefect van Rome
van hoogverraad
en godslastering.
De dood door onthoofding
weze zijn straf.


HERMES,
HET HART & DE REDE
(Fragment). Verschijnt bij Beatrijs.
Vooravond Fiertel 2017.Copyright Stef Vancaeneghem.

19 mei 2015

IEN RONSE EES DAT IET

DAT IS DAN ELK 375 EURO.



Gemeenteraad keurde gisteren nieuwe sancties goed.
Alcoholische drank heffen in het openbaar kan niet meer.

Al moet het bekeken worden van geval tot geval.
Hieronder een voorbeeld van een GAS (Gemeentelijke Administratieve Santé).



18 mei 2015

REVUE RAVAGE IN RONSE



Geen gedenkplaat voor oorlogsslachtoffers of ze plakken ertegen met bloemen. Geen koningskoppel ten stadhuize of ze applaudisseren ‘onderdanig’ vanop de eerste rij. Geen Buitenspeeldag of ze smijten zich tussen de kinderen. Zie toch eens hoe hip we zijn, als dansmariekes. ‘Revue Ravage – Dood van een politicus’ het stuk van Tom Lanoye gaat over hun zieligheid. En over de verlorenheid van hun entourage.

Beter dan zich in de Gemeenteraad onledig te houden met al dan niet een gasboete voor een bierblik en volgende keer over alweer een historische Strategische Stapsteen naar de Renaixance zouden ze de nieuwe voltreffer van Tom Lanoye gaan bekijken. Wie weet, worden ze dan weer bereikbaar voor familie, vrienden en de mensen van Ronse. Zouden ze beseffen wat politiek met hen doet.


Ne revue ? Gelek Tavi? Van dienen Lanoye toch niet zeikerst?

Jawel. Niet zomaar fictie.
En helemaal niet vrijblijvend.
Niet na Steve in het kanaal.
Niet na de moord op Cools.
Niet na 28 onopgeloste moorden door de Bende van Nijvel.



Tien heel intense jaren heb ik dat bal masqué zelf geobserveerd voor het magazine Spectator in een van mijn negen journalistieke levens. Hun koningsdrama’s. Hun verhalen. Hun suites. Hun spuiten. Hun pillen. Hun drankgebruik. Hun spindoctors. Na mijn terugkeer naar Ronse of all places hier in het mooiste dal van Vlaanderen dacht ik dat het er lokaal best wel wat gemoedelijker zou aan toe gaan. Vergeet het, fidele lezer. Deze blog met zijn dra 800.000 clicks ontstond ooit omwille van net het omgekeerde: ontspoorde belangenvermenging die deze luis in de pels wel een keer het zwijgen opleggen zoude.

Op drie jaar van de titelrace om de Ronsese sjerp volgt nu alweer de ene elleboogstoot na de andere. Deze keer van de geroepenen des volks onder elkaar. De ene die de andere het licht in de ogen niet gunt en in de weg loopt voor het dra te begeven burgemeesterschap.

'Tuupe vuir Ronse? Vergeit het, Steef.
Ze goen hier alemoele tuupe
vuir heur oagen'.


Zei iemand me die het als insider als geen ander verdomd goed weten kan. Op een voor de rest mooie zondagmiddag.

In Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad, de bussenbladen, de digitale media al gretig pronkend met het (privé-)initiatief van anderen. En elke muggenscheet van zichzelf. Ja natuurlijk doen ze toch zo hun best meneer en iemand moet het doen. Ze laten zich hiervoor wel veelvoudig vergoeden met een collectie cumulatiezitjes. En dit in de door henzelf verklaarde tijden van grote schaarste der publieke middelen en ‘hoogstnodige besparingen’ via het hardnekkig schrappen van leefloners, het pesten van parkeerders en winkelklanten, het uitpluizen van de sociale kaboezen.



Met zijn meesterlijke pen toont Tom Lanoye ons in zijn ijzersterke theatertekst met Josse De Pauw, Els Dottermans, Frank Focketyn & co op de planken hoe de gekozenen des volks allemaal als beginners dan wel starten 'tot nut van ’t algemeen' en met de allerbeste bedoelingen. Hoe ze gaandeweg echter gegrepen worden door hun ijdelheid en door gevaarlijke normenvervaging. Een financiële constructie hier. Een vergunningske op het randje en net niet buiten de lijntjes daar. Verwenning van de eigen vriendenclub ginder. Het geheel verpakt als doos pralines vol belangeloze inzet.

Gaandeweg wordt hun digitale show op Facebook en Twitter één grote egotrip waarbij softies, ‘stille werkers’, doe-mensen, actiegroepen weggedrukt worden als ‘emmerdeurs'. Het middenveld moet weg . In afwachting is het net nog goed voor een haastige handdruk mèt selfie en zwelgfie. Dat spreekt. Een vlugge présence op de kaasavond. Dan op naar de atletiekbekers en het mosselsouper. Want ze komen van ginder en ze moeten nog naar daar. Nog een fijne avond verder. Ze zijn overal en nergens tegelijk. Ze doen aan bi-locatie zoals Jezus Christus op Pinksteren. Vooral zijn ze daar te vinden waar de boterpotten staan, voor de vermenigvuldiging der vette vissen.

Hun eigen Ronsese ‘Revue Ravage’ laat zich bij dit alles opmeten in steeds meer pestgedrag alhier en onbetaalbare luiers aldaar. Bedreigde stadskribbe. Ondoordachte privatisering van catering. Afgedankte poetsploegen. Maar zie poets wederom poets mèt legionella. Want wat na een tijd overblijft van al die goede bedoelingen is de zieligheid van mensen die zich vastklampen aan spierballenvertoon en macht om de macht, lokale glitter en efemere glorie. Met een grafperkje apart erna op Hogerlucht.

Wat je in afwachting krijgt als gepeste en beboete Ronsenaar, is een clubje van ons-kent-ons dat alleen nog gevleid wil worden door het eigen netwerk. Check de cheque... voor de serviceclub die het altijd al vertikte simpelweg de (bestuurs)taal van de gewone Ronsenaar te gebruiken.

Les amis du Beau Langage
ont changé de copains
mais gardé le langage.
pourvu que les grands
les forts et les meilleurs
comme avant fassent
leur beurre.


‘Beste vrienden! Zal ik vrienden zeggen? ‘Dat klinkt warmer dan kameraden’. Zo start - een ronduit indrukwekkende - Josse De Pauw zijn speech als politieke krokodil. Vul zelf in wie hij speelt. Vrijdag zit ‘Revue Ravage- De dood van een politicus’ gratis bij De Standaard. Een aanrader voor al wie zichzelf wil redden van de ravage en de collaterale schade van politiek.

(Foto's: Geertje Franssen, Fabrice Gevaert en KVS)