10 december 2015

PASSAGES

GENTSE METTEN



Of ik nog een boek aan het schrijven ben, vraagt ze om het gesprek van het voetbal af te wenden. Ik geniet ervan hoe Depoitre de Buffalo’s de geschiedenis in knalt, mis de commentaar van Herman Brusselmans. We vieren de verjaardag van een goede vriend, met de Gentse voetbalgekte onder geluidsdemper op de achtergrond. Mijn vriend maakt zich zorgen over de popularisering van Daniel Termont. Die verschijnt na de match breed lachend onder een prachtige Borsalino, mogelijks een Stetson .

‘Ze gaan hem dood knuffelen.’
‘Ze hebben nu al hun eigen agenda voor de opvolging.’

Iemand uit het gezelschap meldt me dat Depoitre ingenieur is of ik dat wist? Neen ik volg de voetbalglorie van mijn geboortestad vanop afstand. De Buffalo-hype vindt zonder mij wel de weg naar het lokaal van de meest onvoorwaardelijke... Club Brugge-fans.

‘Ik hang altijd tussen het vorige boek en het volgende’, antwoord ik.
Als ze nog titels zoekt die ze niet gelezen heeft: ze liggen te verkleuren bij de Slegte in de Gentse Volderstraat.

(Vorige week snuffelde ik er in drie Oude Grieken en één Portugees. Bij de nederdaling van de vijfde verdieping zocht ik er naar ‘Madame Valentine of de tederheid’. Misschien kon ik haar redden van de papierversnipperaar. Ik vond haar: tussen ‘Zonde van Nini’ en ‘Een en al begeerte’. De rest van mijn titels gunde ik hun palliatieve terminus. Bij ‘De Held van het Vaderland’ aarzelde ik, sloeg het open, las mijn eigen opdracht: ‘Artikel één en alle volgende : vriendschap’. Ik sloeg het dicht, mikte het terug tussen de rij ruggen).

Vriendschap is (g)een illusie.
We vieren de onze voort.
Tot diep in de Gentse metten.

Blogboeknotities voor hardnekkige lezers.

08 december 2015

PASSAGES

POTJE POEIER IN HET GRAS



Het kerkhof van Hogerlucht krijgt eindelijk een waardige rouwhal! Zo staat het er. Met uitroepteken en al! Alsof ze verwachten dat we er ons heen haasten. De hal moet de rust van de natuurlijke omgeving uitstralen ‘en open staan voor elke geloofsovertuiging’.

Dit doet me denken aan The Ethics of Belief het opstel dat William Clifford (in 1877) schreef voor de exclusieve debatclub The Metaphysical Society. De club kwam negen keer per jaar bijeen in Londen om er religieuze en filosofische onderwerpen te bespreken. Toen Clifford er zijn lezing gaf, was hij al hoogleraar toegepaste wiskunde aan het Londense University College. De stelling van Clifford is dat je mogelijks ook totaal verkeerd kan zitten door zomaar blindelings je vertrouwen te stellen in de voorzienigheid terwijl dat vertrouwen niet gedragen wordt door zorgvuldig onderzoek.

Jamaar! Geloven of niet is een persoonlijke zaak!
Het staat iedereen vrij te geloven wat hij of zij wil!


Ook maar durven opperen dat iemand misschien wel op foute gronden gelooft, wordt vaak met verontwaardiging (of met zweepslagen, onthoofding) tegemoet getreden.

Maar is geloof dan geen persoonlijke zaak? Clifford ontkent dat met kracht. Geloof is géén persoonlijke zaak en heeft nooit alleen maar betrekking op jezelf. Wat de ene gelooft, heeft grote consequenties voor de ander. Zoals we sinds Je suis Charlie, de Bataclan en dreigingsniveau vier maar al te goed zullen geweten hebben. Wat Clifford vooral afwijst is: ‘To believe on insufficiënt evidence or to nourish belief by suppressing doubt and avoiding investigation.’
Zo komt hij uit op die ene zin die hem beroemd maakte:

‘It is wrong always,
everywhere,
and for anyone,
to believe upon
insufficiënt evidence’.


De rouwhal van Ronse wordt toegankelijk via een kleine poort aan de zuidelijke zijde. Van binnen kan je er het decor van Hogerlucht bewonderen, lees ik nog bij een mooi (doods)prentje van ons allerlaatste schuiloord. Ik denk dat ik het zo lang als mogelijk ga proberen uit te stellen, dat mooie uitzicht op Ronse vanuit dat potje poeier in de rouwhal.

(Als ze op de zomerkermis mijn vette bollen suikeren met poeier uit hun pers vol gaatjes denk ik altijd aan mijn uitersten. Dit werd me in vele - vruchteloze- biechtbeurten op het Sint-Antoniuscollege steeds weer voorgehouden: ‘Stéphane, denk toch aan uwe uitersten’. Ik zat in volle puberteit, deed niks anders dan aan mijn uitersten denken. Het bracht me steeds weer terug bij mijn 'biechtvaders'. Het was bij wijze van schrijven een vicieuze cirkel. Ik genoot van mijn zonden, zij zo te horen aan het gekreun achter de gaatjes, van de opsomming van de mijne).

De rouwhal wordt ingeplant aan de voet van de groenzone. Wat natuurlijk àlles heeft om mij te bekoren. Dat de hal uitkijkt op het ereperk waar mijn talloze politieke vrienden zullen rusten, dat vind ik dan weer véél minder. Maar ach, geef Ronse wat Ronse toekomt. Zullen wij, de kiezers van de keizers van Ronse, de grondlasten van hun ereperk wel dragen en genoegen nemen met het green green grass of home.

Blogboeknotities voor hardnekkige lezers.