16 maart 2016

PASSAGES

BREL IN HET PARADIJS.



Alle doktersadviezen lapt Brel aan zijn sebago’s. Met een long minder in de borst zeilt hij vanuit Antwerpen 18.000 kilometer ver weg uit de hel die Le Tout Paris nu van zijn leven maakt.

Zijn dochter France dropt hij onderweg ergens op een dock of the bay. Ze vertelt het me - sans rancune geen kwaad woord over de vader die er nooit was - bij een ontmoeting in een van mijn eigen vorige schrijflevens.

Met Madly, zijn lief, zet Brel daarop koers naar de Markiezen. Hij koopt er een tweedehands Piper, vliegt er elke vrijdag nonnekes, zwangere Markiezinnen en hulpbehoevenden naar anders onbereikbare zorgverstrekkers.

In zijn bescheiden hut rijgt hij op een regendag (‘des perles de pluie…’ ) zijn laatste parels aaneen. ‘Orly’. ‘Les Marquises’.

Ja, helaas ook les F….het ongeveer slechtste lied van zijn hele repertoire. Le chagrin de Brel. Alle opgekropte rancune in één vlammende Vlaamse koleire : niét op het door hem zo geliefde 'Vlakke Land'. Wel op al diegenen die in al te bekrompen termen namens Vlaanderen beweren te spreken.



Doodziek keert Brel tenslotte noodgedwongen terug naar Parijs. Hij wordt er opgewacht door de Franse ‘presse piepolle’. Die zit hem achterna tot in de gangen van het ziekenhuis . Het verplegend personeel heeft Brel volkomen vermomd als mummie. Brel is dan al een mythe. Tot 325 optredens per jaar, vijftien jaar lang. Afscheid met de langste staande ovatie uit de geschiedenis van de Parijse muziektempel L’Olympia. Nog even Don Quichotte. Een film die scoort. Een film die flopt. Dan weg zeilen. Door de lucht vliegen.

Met ‘Le Plat Pays’ verheft Brel
Vlaanderen tot onvergankelijke pure poëzie.
Als in het mooiste schilderij van Permeke.
Emile Claus en Hugo Claus in één lied.

‘Ne me quitte pas ‘ is voor de enen het ultieme monument van eeuwige liefde, voor de anderen verwerpelijke passionele verknechting. Zelf verkies ik ‘Quand on n’a que l’amour’ dat hem op het nippertje eeuwige roem schenkt. Zijn retourticket naar Brussel zit dan al klaar.

Eén van zijn sterkste (behalve ‘Jojo’ ook vanwege de dierbare Jojo in mijn hart) vind ik ‘La ville s’endormait'. Je ziet en hoort er hem als ‘Mon oncle Benjamin’ in al zijn levensvreugde. Nog een keer alles gevend. Tot onder de dansende lakens. Sous le lin qui dansait. Schilderen met woorden is dat.

Van de uitstekende Nordist en rijzende TV-ster Laurent Delahousse bracht France 2 gisteren het zoveelste document over Brel. Nee, niet met Madly, dat ligt wat moeilijk. Wel met de zeer mondige – hoe kan het anders - assertieve dochters Isabelle en France. Ook met pianist Corti en ‘chauffe Marcel!’ Azzola. Ontroerend mooi in de eeuwige kameraadschap. En met Brels allerlaatste vriend: de goedlachse minzame postman van de Markiezen.

Non Brel
tu n'es pas mort
six pieds sous
la bonne terre
des Marquises
tu nous frères encore.