24 maart 2016

DE RONDE VOOR EEN PRIKJE



In de Ronde van Vlaanderenstraat schuiven hun illustere namen onder mijn wielen door. Erbij de jaartallen van de vroege sixties die mijn wonderlentes kleurden met hun zegetochten. De drukte in en om d’Ouwe Hoeve bij de minzame Joëlle duwt hun wielerglorie deze dagen op de achtergrond van de droevige actualiteit. There is something rotten in the state of Kwik & Flupke.

Voor het standbeeld van Karel Van Wijnendaele zijn de afgelopen dagen bijzondere nieuwe kasseien ingemetseld. Met erin verwerkt de gezichten van alle winnaars en één leeg putje voor de volgende.

Waar ik met de andere fidele joggers het jaar door mijn kilometers aanvat staat nu een megatent voor de VIPS van Willy Naessens. Eerder op de week is minister Weyts hier al geweest om het monument van Vlaanderens grootste (ik bedoel de koers) te honoreren met zijn sympathieke présence.

Wie hier weldra ook geannonceerd wordt vanwege 'De 100 ste Ronde van Vlaanderen' is de vorst van België. De veiligheidsdiensten, zo lees ik her en der, worden daartoe in hoge staat van paraatheid gebracht. Zelfs de sacoche van Marie-Jeanne van Willy in the sky with diamonds dreigt te worden gefoeljeerd op de inhoud van flacons J’Adore de Dior.

Mij bereikt inmiddels een digitale uitnodiging van Rotary Kluisbergen-Vlaamse Ardennen. Dat is de club waarvan ik ooit op een zeer onbewaakt moment medestichtend lid was. Bijna schreef ik: oprichtend lid. Als ik per persoon 230 euro ophoest, mag ik met mijn dierbaren vanuit een tent (daar waar ik tot voor kort met mijn nest gewoon langs de berm stond) het peloton de Oude Kwaremont zien opstormen. Zoals vroeger hier langs mijn tuintje achter de Glorieuxlaan Felice Gimondi en later Laurent Fignon, de Hogerlucht op en de Cammeland neer flitsten in het na-Tour Wielercriterium der Azen . Die 230 euro is wel all in: goede bedoelingen, fijne spijzen, uitgelezen wijnen. Ging het hier niet om koers ik schreef: de Ronde voor een prikje. Met dank voor de vertoning aan Wieler Circus Wouter.

(Uitgelezen wijnen dus. Want uitgelezen boeken, dat ligt wat moeilijker. Toen ik door mijn overigens vriendelijke voormalige Rotarische companen gevraagd werd mijn roman ‘De Nalatenschap’ voor hen toe te lichten in de sjieke Salons Remington van Ronse, werd me deze ene zeer erudiete literaire kennersvraag voorgeschoteld: 'Is het een spannend boekske, Stef?’. ‘De Nalatenschap’ gaat over de waanzin en de gruwel van oorlog).

‘Moar kek nui ne kier hiere!
‘Es da nie Cancellaaraa die zijnen dzump doet?’
‘Zoetie were azuu'n moteurke onder zijn gat gestoken hen?’
‘Pakt ui nog ’n boekske toarte, Phaedratse kind.’




Soms bekijk ik met mixed emotions de familiefoto van onze stichtende Charter Day. Veel vrolijke vrienden van toen rusten ondertussen op de kerkhoven van de Vlaamse Ardennen.

.

Ach groot geld en eeuwige roem. Rik Torfs schrijft daar heel mooi over vandaag in De Standaard.

‘Al die heroïsche standbeelden op onze stadspleinen, wie weet nog wie dat zijn?’ Dromen zijn geen illusies, titelt rector Rik zeer terecht. Voor Rikken heb ik het altijd al gehad. Ooit tekende ik Het leven van Rik Van Steenbergen op voor een weekbladserie. 'Maai ken niks mie gebuiren', lachte Rik I. Plots diepte hij een verfrommeld papiertje uit zijn portefeuille. Hier zie: 1 frank boete voor volledig eerherstel. En over wat Rik II (en zijn Nini) voor mijn wonderjaren betekenden, daarover zou ik best wel eens een 'spannend boekske' durven te plegen.



Nogal wat namen op de kasseien voor het standbeeld van Karel Van Wijnen deden me, spelend met mijn coureurkes van plastic op het strand tussen Pier en velodroom van Blankenberge, ooit dromen van pure wilskracht en zuivere heroïek. Niks geen peertje. Niks geen zakelijke onderonsjes in die laatste kilometers. Geen baxters. Geen prikje. Toen zag ik Tommy Simpson sterven op de Mont Ventoux. Zijn kassei ligt hier ook: winnaar 1961.

Dit stuk draag ik op
aan zopas gestorven voetbalmonument:
Johan Cruijff. Jeugdidool.
Eeuwige roem, Nummer 14!