02 augustus 2016

BRIEFGEHEIMEN

‘GESCHREVEN OP
MIJN LIJDENSSPONDE
IN RONSE’




In je laatste debat zit je naast een islamiet die je zegt: ‘Wij hebben de waarheid'. Jij antwoordt hem: 'Dat is juist. Het is alleen jammer dat wij ze ook hebben'.

Niet dat je daarom tekent voor het conflictmodel dat vandaag zo welig tiert, op sociale media en alom. Integendeel, als volgeling van Popper onderschrijf je de stelling dat de ander gelijk kan hebben en jij ongelijk. Je hebt vaak ervaren dat velen niet in staat zijn hun eigen ongelijk voor mogelijk te houden. Het eigen ongelijk toegeven, vraagt om zachtmoedigheid. En die kan nooit uit conflictsituaties ontstaan. De meeste religies beweren dat zij en zij alleen De Waarheid bezitten. Daarmee degraderen zij de allergrootste meerderheid van de mensen tot leugenaars, heidenen en dolenden. Een koude positivist ben je op je zoektocht naar zingeving en betekenis nooit geworden. Diep doordrongen als je bent van het mysterie van de kosmos, het leven en het bewust zijn. Je doet me hierbij denken aan het ultieme verschil tussen Bertrand Russell en Ludwig Wittgenstein.

Soms lokt het atheïsme je wel, met zijn ode aan de vrijzinnigheid. Maar je hebt vragen bij iets dat zich alleen negatief weet te definiëren. Je bent dan wel vrijzinnig, je wil je niet laten opslorpen door de georganiseerde vrijzinnigheid die je vaak overkomt als een alternatieve kerk. Als kritische rationalist laat je je nimmer meedrijven op de wolken van eigentijdse modes.

Je probeert de dingen te bevatten. Niet door alles in een reusachtig causaal netwerk te persen, wel door een kaart van je innerlijk landschap te ontwerpen. Een kaart met daarin als hoofdroutes de wegen van je eigen ideeën en de zachte rivieren van je eigen ervaringen. Mooi en menselijk. Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît pas. De Kleine Prins van Saint-Exupéry in je hart. Of Blaise Pascal. Of Kierkegaard. Van Saint-Exupéry, die andere woestijnvos, gesproken: nooit zal je de sterrenhemel vergeten boven je hoofd in de Taklamakan-woestijn in China, die boven het Krügerpark in Zuid-Afrika.

De christelijke God van je moeder is ook nog even de God van je eigen jeugd. In je volwassen jaren deemstert God geleidelijk weg. Intussen groeit in jou een ander geloof, in de wetenschap en de filosofie. Je vraagt je af hoe ze in India en China tegen (de zin van) het zijn aankijken. Je leidt eruit af dat 'onze’ monotheïstische ‘waarheid’ niet Dé Waarheid is, dat er ook veel religies zijn zonder God. Als wiskundige, filosoof en sinoloog groeit tegelijk je belangstelling voor de kosmos zelf. The real reality. Waar voor vele anderen wetenschap onttoverend werkt, gaat het bij jou precies andersom.

‘Als ik opkijk naar de sterrenhemel
vind ik die een wonder
maar hoeveel groter is dit wonder
als ik aan sterrenkunde doe:
dan kijk ik werkelijk in de diepte.’


Je begrijpt wat Spinoza bedoelt met zijn Deus sive natura. Je bouwt een emotionele relatie op met de natuur als drager van het onpeilbare mysterie. Hier bij ons in de Vlaamse Ardennen groeit je faam ondertussen gestadig als denker én icoon achter de bredere ecologische bewustwording. Je krijgt hier zelfs je eigen ere-zitbankje, op de plek waar de fietsroutes van Eddy Merckx en Fiertelroute met mekaar de paso doble doen.

Een belangrijke stap op je eigen denkroute zet je bij het besef dat pantheïsme al te gemakkelijk verworden kan tot grof materialisme. Tot de grootste ontdekking van je eigen ‘rimpeling op de oceaan van het bestaan’ reken je het vernieuwend en verruimend inzicht dat de diepste werkelijkheid Energie is. En dat de In-Formatie die ze verwekt (In-Formatie dan wel in de betekenis van de vormen die zich aan ons laten zien) een afgeleide realiteit daarvan is. (E=I). Je bent ervan overtuigd dat die In-formatie dan wel veranderlijk en vergankelijk is, maar dat van de scheppende Energie ‘niks verloren gaat’. Zoals in het mooiste lied van wijlen Voske.

Spinoza had het over de onvergankelijke scheppende natuur - de natura naturans - enerzijds en de veranderlijke vergankelijke schepping de natura naturata anderzijds. Jij noemt jezelf een religieuze atheïst in de boeddhistische betekenis. Maar dan wel ver van de tempels en de gebedsmolentjes. Schopenhauer kwam ook al dicht in dezelfde buurt, hij met zijn eeuwige wil. Je bent dus in goed gezelschap met de uitkomst van je levenstocht. De afgelopen nacht kon ik niet stoppen om jouw fantastische denktocht door te lezen. Op je laatste bladzijde teken je:

'Zulzeke.
Herfst 2013,
in mijn 85ste levensjaar.'

Daarboven staat een zinnetje dat ik voor de rest van mijn eigen schrijftijd meedraag en mijn fidele blogvolgers hier graag meegeef. Het zinnetje zegt, sub specie aeternitatis in het licht van de eeuwigheid àlles omtrent de dingen die er ver van de waan van de tijd voor ons, kabbelende golfjes van de eeuwige oceaan echt toe doen. Ik citeer je hieronder letterlijk. Beseffend dat je dit hebt neergepend in de kliniek van Ronse, hier aan de overkant van mijn eigen comfortabel schrijfstekje. Voorbij het oude kapelletje met dansend riet errond.

‘Geschreven op mijn
lijdenssponde in Ronse.

Mijn lichaam
aan de kunstnier,
mijn hart
aan het mysterie.’


Hierbij mijn Ronsese groet aan Ulrich Libbrecht. Professor emeritus Chinese Comparatieve Filosofie KU Leuven. Stichter School voor Comparatieve Filosofie Antwerpen en Utrecht.

(Professor Libbrecht gaat gewis de geschiedenis van het denken in met zijn grenzen verleggend levenswerk waarin hij de wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Zijn ‘Adieu à Dieu’. 'Naar een religieus atheïsme’ uit 2014 verscheen bij Garant. Foto met dank aan Knack).