12 september 2016

PROVOST DROOMT VAN TAVI



OH WELL!
THIS IS THE STORY
OF LEON & MARCEL
VALERE & MICHEL...


Welgeteld 123 seconden. Zo lang heeft de Ronsese boxeur Léon Foucquet het in Parijs uitgedanst tegen Marcel Cerdan, wereldkampioen en tragische liefde van straatmus Piaf.

De entourage van Cerdan werd voor de match door de entourage van Foucquet gevraagd of Marcel zijn ‘rivaal’ Léon hoogstens na drie ronden asjeblief wou neertikken.

Want doeraachter
hees Léon tevel gepakt
op zienen oesem.


Op de vooravond van die match was Léon door zijn coach opgesloten in zijn hotelkamer: om hem te beschermen tegen de geneugten van het Pariser Leben. Léon pakte de biezen langs het raam en deed wat de grote dorst en de andere snelgroeiende verlangens in zijn lijf van hem verwachtten.

Terwijl ik met Michel Provost terugblik op zijn schitterend in beeld gebrachte retrospectieve en de Ronsese schepen van Toerisme Brigitte Vanhoutte zich op de geslaagde Ronsese Monumentendag opmaakt voor verwelkoming van een groep bezoekers uit Roeselare, straalt Michel Provost na de overweldigende, lovende reacties op zijn overzichtstentoonstelling. De anekdotes borrelen op bij zijn diverse personages aan de muur. Ook Léon Foucquet is door Michel vereeuwigd als ‘boksuir’.



Als Ronsese sloeber heb ik zelf die door Provost magistraal getekende Léon Foucquet nog zien zitten zuchten in zijn postloket toen ik er om ’n bloere tembers trok voor de kerstkaarten naar de sterrekes in mijn hart. Léon was wat de Fransen une gueule noemen. Voor mij was de postman een onvervalste Ronsese hero. Grijze kiel of niet. Op affiches van Cinéma Concordia of de Ritz zag ik hem dik zitten tussen Jean Gabin, Lino Ventura en Eddie Constantine. Met Michel heb ik het over al die door hem geborstelde Ronsese figuren.

Snarie Bloedsoossiese
Klienen Buitsoo
Dieken Beetie…
Mootie
Buuntsies Nuitsies




Moer wette goa
woer da'k eecht
van druume,Steef?


Ik zou het bij de god van Tacambaro en die van de Spielegreem niet weten. Hij bruist almaar door van de nieuwe ideeën waarin hij oud en nieuw inpast in zijn wondere verbeeldingswereld.

‘Ik bezit vier versies van de originele Tavi van Valère Depauw. Wel, die zou ik willen herdrukt zien. En ik zou de tekst dan zelf willen illustreren’.

Na de sequels Tavi in ’t Paradijs, Tavi Buirmiester en Tavi Buunenklaker die er na Nieuwjaar zit aan te komen (de repetities bij Theater Voor Taal en Volk zijn volop aan de gang) ware deze back to Valère Depauw himself een zeer welgekomen blijvende toemaat voor alle onvervalste Tavisten.



Want oome
duud zoan
groejt er geest
oop oezen boak
en tengoost
oop oes, bon.

Eest azuu niet Valeer?