07 februari 2017

DE BENDE VAN BAEKELANDT



We lieten je niet binnen. Je eigen poësisklas nog wel. Van een zotternij meer of minder keek je toen al niet meer op. Dylan, Donovan, Ferre Grignard. Ik zie je daar nog geduldig staan tikken tegen dat raampje. Met je karakterkop om de repliek te geven aan Robert De Niro. Iemand draaide tenslotte de sleutel weer om. ‘Maurice, ge moogt binnen komen'.

Flectamus Genua!
Geknield naast de bank.

Levate!
In houding naast de bank.

Les Nederlands.
Geen interesse.
Les godsdienst.
Geen aandacht.
Hier en daar kaarters op de banken.

De Bende van Baekelandt.
Jij was onze bendelijder.
Jawel, lange ij.
(Woordspeling, wietie).

Iets hebben we er dan toch van onthouden.
Want voor de rest: palin(g)droom, palimpsest, oxymoron.
Het gleed van ons af als Scheldewater van schelvis.

Je liet het kaartspel zijn gang gaan. Tot je het welletjes vond dat de Monumenten der Nederlandse Letteren aldus op algehele onverschilligheid werden onthaald. De confrontatie met onze gekte moet enorm geweest zijn voor jou. Jij die er toen net drie jaar filosofie en nog eens vier jaar theologie op zitten had aan de pauselijke universiteit Gregoriana Rome. Alles in het Latijn nota bene. En dan recht de hel in bij ons. In je eigen oude Sint-Antoniuscollege nog wel. Wisten wij veel welke reuzenkans we mis liepen. Al was het maar om één hapje mee te nemen van je enorme eruditie.

Toen ik je later als journalist on the road een blitzbezoekje bracht in Waarschoot of was het Oostwinkel vertelde je me dat je het na dat woelige broeierige jaar ’67 echt wel gehad had met het onderwijs in het algemeen en met ons in het bijzonder. Knipoogje. Troost je. Gisteren hoorde ik van een leerkracht onwaarschijnlijke verhalen van vandaag. Toestanden met brandblussers en erger. Je komt nog goed weg met je bende onverlaten van toen.

Op een dag zag ik je als pastoor van Oostwinkel in ‘Iedereen op de Buis’ of zoiets. Je droeg een rock T-shirt. Je zong een lied Ad Majorem Dei Gloriam. Om het bidden tot de Allerhoogste weer wat leuk te maken.

Eerder dit jaar kwam een vicaris je koudweg vertellen dat je moest stoppen met pastoor te zijn. Dit vanwege je 80 gezegende jaren. En nog maar 40 parochianen meer in Oostwinkel, 30 in deelparochie Ronsele en 120 in Beke. Missen die wegvallen. Sch(r)aalvergroting. Een paar dagen later viel je van de commotie pardoes van je velo. Je ziet, ik heb zo mijn bronnen. Hou me in of ik schrijf hier dat ze ondertussen wel anderen zich schaamteloos monseigneur laten noemen die …zich voor de rest helemaal niks meer herinneren van...

Trek het je niet aan, lieve goede Maurits. Lach het van je af met 'Tavi Buuneklaaker'. Je wil voortaan je tijd vullen met muziek, wandelen en lezen verneem ik. Voor dat wandelen raad ik je de 'Trage Weg' aan die vanaf de Hemelberg hier achter Broeke helemaal naar boven de Kruissens loopt, dwars door het groene paradijsje op zijn flank. Ze noemen dat tegenwoordig pompeus ‘Groene vingers naar de heuvelen’ in hun masterplantaaltje. Ze kunnen zien dat ze tegen dan hun Vuile Vingers wat properder hebben gekuist en afgebakend. Anders blubber je door hun Groen Modderbad.

Beste Maurits ad multos annos. Op 5 mei presenteer ik in de crypte mijn nieuw boek, 'HERMES' getiteld. Mijn zoektocht naar zingeving op het ritme van de Fiertelbellen. Een gesmeten bestaan tussen noodzaak en toeval in extremis. Met knipoog naar mijn goede maat Spinoza. Deus sive natura. Ik vraag dat ze de deur van de crypte wagenwijd voor je open houden. Het ga je goed, beter dan toen met je bende van Baekelandt.