06 januari 2017

BRIEFGEHEIMEN

TWEE RONSESE REUZEN





Alles valt nu schuune tuupe. Een fonkelend feest dat we aan jullie danken. Hoe jij Valère in 1934 met je volkse revue en een puite populaire deuntjes de spirit van de Ronsenaars vat en vooruit mikt richting authenticiteit en vrolijkheid. Hoe je aldus het hart van alle Ronsenaars raakt met die onvergankelijke liefde van Tavi vuir Madleeneki. Op een avond bij je familie in de Lou Pahou fluister je me in het oor: ‘Ik heb veel teveel geschreven’. Dikke turven. Over Katharen en heiligen. Over Tavi zwijg je. Als schaam je je lichtelijk. Ach Tavi, een jeugdzonde, een zotternij. Een uit de hand gelopen grap in je lange schrijfgroei onderweg naar de literaire graal die je tot op het laatst onvermoeibaar zoeken zal. Een zotternij, zeg je? Met Tavi schenk je Ronse in één klap zijn Uilenspiegel, Houtekiet, Romeo & Julia. Nooit zal Tavi in de vergeetput van Ronse verdwijnen. Vanaf de jaren zeventig van vorige eeuw zal hij integendeel triomfantelijk terugkomen als onsterfelijke Ronsese volksheld. In het nieuwe millennium zullen je trouwste volgelingen hem bovendien tuupe in hun teletijdmachine mikken om hem voortaan keer op keer in nieuwe avonturen te steken. Ze zullen hem volgende maand tot in godbetert die proochie van tuupegepluijde ien Ouwnoerde brengen.

Daat hie ziere
weire kiert
oof daat hie
mei zien
castagneeten
in de Schuilde
schliert.


Net als Valère slaag jij, Ephrem Delmotte, er dan in om - zestien jaar na de eerste Tavi - Ronse richting volkse leute en plezier te ‘kanalisairen'. In 1950 krijg je immers de geniale gedachte om het bommelen aan huize te finalisairen ien 'n schuune grute corteeze mei ne kuinenk en zien kuinengiene. Je compositioneert hierop een schoon airke, je vindt een 'microwagen' en vertrokken ben je.

Als kind van Ronse zie ik je nog zo voor me, naast één van de eerste praalwagens met erop het koninklijk koppel en ernaast de koninklijke nar Klienen Butsoo. Guirlanden. Confetti. De eerste uitgebommelde clown op dinsdagochtend onderweg naar school. De‘Zoote Mondaag’ wordt dan uitgebreid tot drie dagen en nachten plezier: De Bommelsfeesten. In volle feestgedreun zie ik je op het eind van je leven terug, gezeten op een bankje in ‘De Ruume’. We zijn zaterdagavond. Het vuurwerk gaat zo meteen losbarsten.Jij, in mijn oor: ‘Iek hei noog vel prozekten zeu zeunehomme’. Kort daarop ga je dood.

Je bent dan al lang verhuisd naar Oostende. De jongere bommels om je heen die laatste avond weten niet echt meer dat ze hun plezier vanavond danken aan dat zonderling oudje daar. Jij met je artistieke strik boven je sneeuwwit hemd onder je brede artistiek verantwoorde hoed. Wie draagt zoiets? Tenzij een ouwe bommel misschien.

Legendarisch ben je sindsdien. Gebeiteld. Geschilderd. Een reus. Met je outfit die je ook als nieuw Tavi-personage volgernde maand tot postume schittering brengen zal. Want dit jaar worden jullie creatieve vondsten compleet in de potion magique gemixt. Tavi krijgt ‘het zoot ien zien huufd’ als buirmiester. Hij wil de Bommels toch wel verpatsen aan de proochie Oudenaarde zeker? Maar het verzet groeit. Tavi is Ronse. De Bommels zijn dat ook.

En dit alles zo lang jullie, beste Valère en Ephrem, tegelijk dood blijven en toch springlevend zijn.
Zien jullie de Ronsenaartjes op onze schouders? Ze wuiven naar jullie sterren boven het vuurwerk.

Aan Valère Depauw & Ephrem Delmotte.