09 februari 2017

SCHOUDER AAN SCHOUDER



Blauwe maandagen. Turnzaal College. Tien keer pompen. Ons lam lijf twintig keer uit naad en ‘note’ rekken aan de rekken. De Kobbe vervloeken. De Memlinc verketteren. Zwoegen en zweten. Examen aan de sportramen. Dan de bok over voor de tijgersprong. Stevig afduwen op de springplank. Dertig rondjes.

Voetballerke, zeker?
Altijd wat met voetballers.
Watjes. Mietjes.
Tere kuiten broze heupen
Hier gien camuskies.
Geen gezever.
Geen cinema.
Geen theater.




Je was een turnleraar uit een duizend. Wat je ons schonk was de (h)eerlijke optie op het volle leven vol sport. Als een personage uit het mooiste boek van John Irving, in je hemelsblauwe sweater met dat groen-witte schild van Sint-Antonius erop geborduurd. Je turnlessen waren voor ons het echte leven zelf. Hard was je, maar rechtvaardig. Personal hero van onze wonderjaren. Omringd als we toen nog waren door allemaal priester-leraren in raafzwarte soutane.

Volkomen trouw ook aan jezelf en je Vlaamse idealen. Zo leerde ik je later beter kennen. Alles had je gehad met de poen- en postjespakkers. In het kelderke van Den Tap gaf je me je ultieme kijk op politiek. Ik zou die les nooit meer vergeten. Het verraad van de macht, hun akkoorden, hun deals, hun corruptie. Schuivende rooilijnen aan de Ommegang op de kop van de gewone man, geklasseerde nisjes, arrangementen in Brussel, compromissen, pacten. Wat al niet.

Ik kende die verhalen van verkiezingspamfletten in je autokoffer. Dat je al van de Volksunie was van lang voor die tranen van Bertje. Dat je na het verraad van het Egmontpact doorgeschoven was richting trouw aan je jonge zelf. Iemand wou me jouw lidmaatschap onder de neus duwen. Nee bedankt, wat moest ik ermee? Je was wie je was en je was wat je was. Et alors? Geen gewone. Geen gemakkelijke. Maar tegelijk zo ongewoon innemend. Zo indrukwekkend authentiek. Niemand hoefde me te komen te vertellen wat je was en wat niet.

Van je zoon, mijn pennentrawant en vriend Geertje hoorde ik dinsdagavond op de Tavi-repetitie al dat het niet goed zat. Donderdag ben je dan in de vooravond de weg richting sterren boven de Wittentak gegaan. Voort leven zonder wijlen je aller dierbaarste was voor jou volkomen verlorenheid geworden. Overleven, ondanks de goede zorgen van je dierbaren.

Ik zag je zo immens droevig in je huisje hier aan de waterkant van het Sint-Hermes Forum. Je hart was gebroken. Het was op. Wat moest je nu nog? Het boek was geschreven. Niks meer aan toe te voegen. Zelfs geen voetnoten. De dingen waren gezegd en verzwegen, voor goed verraden. Het Avondland was helemaal weg. Het oude Atlantis was verzonken. Van het Westen geen ander nieuws meer dan kommer en kwel.



Goede Gerard Desmijtere, het zal prikken in de keel als straks de Tavi-gekte losbarst. Maar met Geert en je kleinzoon Woutje zijn we tuupe al eens door de diepste dalen van Ronse getrokken schouder aan schouder. We worden ervaringsdeskundigen in het gemis van dierbaren daar op de planken van VTV.

Meest nog zal het me steken dat ik je in mei mijn nieuw boek HERMES niet meer brengen kan. Jaar na jaar bezorgde je me zelf je Fiertelcollages die ik hier in mijn schrijfhoek koester als kostbare parels van troost. Die Fiertel gaan we tuupe blijven doen. Zo lang onze knoken geen camuskies geven. Schouder aan schouder. With or...With and without you.

(Illustraties: Trommelfluitje door priester Georges Herregods. Broer van je boezemvriend Jaak. En 'Behoet mine sinnen, één van je collages.)

Foto: Gerard met de Collegeploeg AKRON
Winnaar van de Ronsese Stadsbeker 1961.
U herkent naast Gerard: Guy Deliveyne,L. Gosseye, M.Verroken, Pol De Ruy, E.H. Adrien Smet,
en onderaan: Jan Denaeghel, Edwin Landries, Jean-Marie 'Sala' Vanderhaeghen (later Racing White) en Pierre Carteus, Club Brugge-icoon.


07 februari 2017

DE BENDE VAN BAEKELANDT



We lieten je niet binnen. Je eigen poësisklas nog wel. Van een zotternij meer of minder keek je toen al niet meer op. Dylan, Donovan, Ferre Grignard. Ik zie je daar nog geduldig staan tikken tegen dat raampje. Met je karakterkop om de repliek te geven aan Robert De Niro. Iemand draaide tenslotte de sleutel weer om. ‘Maurice, ge moogt binnen komen'.

Flectamus Genua!
Geknield naast de bank.

Levate!
In houding naast de bank.

Les Nederlands.
Geen interesse.
Les godsdienst.
Geen aandacht.
Hier en daar kaarters op de banken.

De Bende van Baekelandt.
Jij was onze bendelijder.
Jawel, lange ij.
(Woordspeling, wietie).

Iets hebben we er dan toch van onthouden.
Want voor de rest: palin(g)droom, palimpsest, oxymoron.
Het gleed van ons af als Scheldewater van schelvis.

Je liet het kaartspel zijn gang gaan. Tot je het welletjes vond dat de Monumenten der Nederlandse Letteren aldus op algehele onverschilligheid werden onthaald. De confrontatie met onze gekte moet enorm geweest zijn voor jou. Jij die er toen net drie jaar filosofie en nog eens vier jaar theologie op zitten had aan de pauselijke universiteit Gregoriana Rome. Alles in het Latijn nota bene. En dan recht de hel in bij ons. In je eigen oude Sint-Antoniuscollege nog wel. Wisten wij veel welke reuzenkans we mis liepen. Al was het maar om één hapje mee te nemen van je enorme eruditie.

Toen ik je later als journalist on the road een blitzbezoekje bracht in Waarschoot of was het Oostwinkel vertelde je me dat je het na dat woelige broeierige jaar ’67 echt wel gehad had met het onderwijs in het algemeen en met ons in het bijzonder. Knipoogje. Troost je. Gisteren hoorde ik van een leerkracht onwaarschijnlijke verhalen van vandaag. Toestanden met brandblussers en erger. Je komt nog goed weg met je bende onverlaten van toen.

Op een dag zag ik je als pastoor van Oostwinkel in ‘Iedereen op de Buis’ of zoiets. Je droeg een rock T-shirt. Je zong een lied Ad Majorem Dei Gloriam. Om het bidden tot de Allerhoogste weer wat leuk te maken.

Eerder dit jaar kwam een vicaris je koudweg vertellen dat je moest stoppen met pastoor te zijn. Dit vanwege je 80 gezegende jaren. En nog maar 40 parochianen meer in Oostwinkel, 30 in deelparochie Ronsele en 120 in Beke. Missen die wegvallen. Sch(r)aalvergroting. Een paar dagen later viel je van de commotie pardoes van je velo. Je ziet, ik heb zo mijn bronnen. Hou me in of ik schrijf hier dat ze ondertussen wel anderen zich schaamteloos monseigneur laten noemen die …zich voor de rest helemaal niks meer herinneren van...

Trek het je niet aan, lieve goede Maurits. Lach het van je af met 'Tavi Buuneklaaker'. Je wil voortaan je tijd vullen met muziek, wandelen en lezen verneem ik. Voor dat wandelen raad ik je de 'Trage Weg' aan die vanaf de Hemelberg hier achter Broeke helemaal naar boven de Kruissens loopt, dwars door het groene paradijsje op zijn flank. Ze noemen dat tegenwoordig pompeus ‘Groene vingers naar de heuvelen’ in hun masterplantaaltje. Ze kunnen zien dat ze tegen dan hun Vuile Vingers wat properder hebben gekuist en afgebakend. Anders blubber je door hun Groen Modderbad.

Beste Maurits ad multos annos. Op 5 mei presenteer ik in de crypte mijn nieuw boek, 'HERMES' getiteld. Mijn zoektocht naar zingeving op het ritme van de Fiertelbellen. Een gesmeten bestaan tussen noodzaak en toeval in extremis. Met knipoog naar mijn goede maat Spinoza. Deus sive natura. Ik vraag dat ze de deur van de crypte wagenwijd voor je open houden. Het ga je goed, beter dan toen met je bende van Baekelandt.