23 oktober 2017

SELECTIEF GEHEUGEN

LA CALANQUE DU BON DIEU



Ik krijg ‘L’Homme de Porquerolles’ aan huis bezorgd. Zeer bedankt, zucht ik. Mijn leesachterstand valt helaas niet meer bij te bladeren. Overal in huis dagen literaire parels me uit met hun roemrijke titels. Stapels ongelezen meesterwerken. Ongelezen vanwege altijd wel een ander boek eerst. Ze zadelen me op met een constant gevoel van schuldig verzuim.

Gelauwerde Russen. Gevierde Amerikanen. Nobele Jappen. Eén goede recensie, één uitzending en ik rep me naar Lille (Le Furet du Nord), naar Oudenaarde (Beatrijs) of naar Gent (Het Paard van Troje) haal het geprezen werk in huis. Om het – zo neem ik me toch voor - zonder verder uitstel tot mij te nemen. Bibs kennen nu eenmaal geen genade voor mijn gigantische leesachterstand. Aldus schuif ik leesgretig de nieuwe Stefan Hertmans voor de jongste Modiano, mix ik tot vijf boeken tegelijk, kom ik voortdurend leeswijzers tekort. Mijn boekentorens worden eindeloos aangedikt met telkens weer nieuwe exemplaren die tenslotte zullen eindigen bovenop de vervaarlijk dansende papieren buildings om me heen. Lionel Deflo, mijn uitgever bij Manteau toen het aloude schrijfhuis van barones Angèle nog geen knekelkot was, vertelde me ooit dat hij meer dan 10.000 boeken verslonden had, nog lang niet aan stoppen dacht. Van een chronische leesverslaving genees je nooit.

Het boek over de man van Porquerolles wordt me vandaag ter lezing aangeboden door een fidele jeugdvriend, mij op diens vraag bezorgd via een gemeenschappelijke kennis. Er zit een netjes gevouwen plan in. Daartussen een mooie handgeschreven brief: zie je wel dat er nog brieven geschreven worden. Mijn jeugdvriend stapt dan ook liever in zijn eentje in stilte langs La Calanque du Bon Dieu en La Crique de la Galère naar Le Port des Anges dan eindeloos in het rond te dolen door het lege landschap van Facebook.

Een halve eeuw na onze gedeelde wonderjaren haalt hij me prompt met dat boek, zijn zeer uitnodigende landkaart en zijn lieve begeleidende brief helemaal terug naar alle plekken waarvan ik me zelf al lang voorgenomen had ze hier in deze liefdesbrief aan Frankrijk ooit weer tot leven te brengen. Toeval bestaat niet. Telepathie dan.

‘L’Homme de Porquerolles’ vertelt het fantastisch levensverhaal van de Belg François Fournier, selfmade man van negen levens. Fournier komt eerst moeizaam aan de bak als boottrekker langs de kanalen van Le Plat Pays, wordt zelf binnenschipper, dan laborant in het Musée de l’Histoire Naturelle, schopt het tot ploegbaas bij de Canadese spoorwegen, wordt tenslotte goudzoeker in Mexico waar de grootste goudader van het land al op hem wacht. Schatrijk laat hij Les Belles Parisiennes voor wat ze niet zijn. In 1912 koopt hij het eiland Porquerolles, schenkt het aan zijn vrouw als hun eigen ‘paradis sous les pins parasols’. Ik kan niet wachten om het verhaal helemaal te lezen…Het schrijven van het mijne staat helaas voorlopig het doorlezen van het zijne in de weg.

Over dat schrijven lees ik in een doe-boekje van The School of Life over ‘Kalmte’ (die me redden moet van de ego-maatschappij en agressie alom): ‘Auteurs moeten het materiaal misschien tien of twintig keer herschrijven voordat ze kunnen begrijpen wat ze nu eigenlijk willen zeggen. Zo lang hebben ze er gewoon voor nodig om hun ideeën te ontrafelen.’ Dat ik daar na een halve eeuw schrijven nog niet was achter gekomen. Daar word ik dus helemaal kalm van.

Op de kaart bij het boek staan alle plekjes die onze jeugdjaren kleurden. La Plage de Notre Dame. Op de keerzijde staat La Tour Fondu met, aan de westkant van het schiereiland Giens: La Pointe de l’Ermitage en La Madrague. Nee nièt die van de wiebelende zeehondjesmythe die Saint-Tropez compleet naar de espadons hielp. Onze Madrague. Die van Esther Gallil in het ochtendgloren. Ik leg ‘L’Homme de Porquerolles’ weg op het meest dringende boekentorentje, binnen handbereik, schrijf mezelf onderweg naar de boorden van de Loire.

Ik zit pal achter mama in de bloedhete Opel, de dijen gemarteld door de plakkerige rozerode kunstlederen zetels. Hoe mama moeizaam aan dat zware stuur zonder servo snokt. Hoe de zweetdruppeltjes in de kromming van haar hals komen parelen. Hoe de Paranausine tegen de autoziekte me nog misselijker maakt dan ik al ben. Hoe ik de citroenpapiertjes van Huiles Antar uit hun hoesjes pits. Hoe ik er zachtjes mama’s hals mee masseer. ‘Dat doet deugt, jongen. Niet te hard. Want mijn vel brandt.’ Terwijl legioenen camouflage-platanen links en rechts van de Route Nationale als pijlen langs me heen schieten.

'Selectief Geheugen'.
(Onder auteursrecht).