31 januari 2018

GOUDEN BRUILOFT (3)



Wanda

Met tien jaar beroepservaring tussen de karmijnrode Louboutins tokkelt Wanda op de broeksriem die hij van Mathilde op zijn bord gedropt heeft gekregen voor de kerst.

‘Komt ge voor een rapke meneer Richard? Of hebben we tijd voor de burgemeestersmarathon? Ik wil iets doen uit mijn steraanbieding van de hotelsuite in Rijsel. Als de beau monde overkomt uit Parijs’.

Nu toegeven aan zijn nieuwsgierigheid. Wat moet hij met schone manieren en al die oude wellevendheidsregeltjes die van hem bijna een weke hadden gemaakt, een loser met onzekere levensverzekering op het aards paradijs. Al bij al kiest hij hier vandaag zelf voor deze professionele verleiding. Dit is waar hij voor komt, staat en gaat in alle betekenissen van komen en staan. Betaald genot. Met het verrukkelijk risico van eeuwige verdoemenis er bovenop. Als jongen van bescheten huize kent hij geen verfijnder genot.

‘Ge hebt nog altijd een gesculpteerd lichaam. Doet ge nog exercices voor uw gewrichten? ’t Zijn gelijk allemaal musculussen wat ik voel'.

Wanda etaleert haar kunsten. Een jaar of wat in de Blue Moon omdat ze de mooiprater geloofde die zei dat hij van haar een prinses maken zou. Dan doorverkocht aan haar Franse pooier. Nu overal inzetbaar tussen Parijs en Amsterdam. Hij houdt ervan haar zwijgend te observeren. Altijd uw stand in stand houden. Een Molendam blijft een Molendam, met of zonder kleren aan. Al bij al heeft hij geen tijd voor de hele revue. Dit is Notre-Dame de Paris niet. Op zijn orderboekje wacht vanmiddag in de Halifax nog een hoogst interessante klant. Als hij dit verzetje niet te lang rekt, kan hij zijn rijkgevulde dag afronden met het jaarloon van vier weverkens die ter botermarkt gaen.

‘Ge weet niet wat ge mankeert. Ik zal het reserveren voor uw volgende visite. Ge gaat janken gelijk een prairiehond’.

Hij concentreert zich op zijn Monte-Christo, bijt de punt eraf spuwt hem in de geglazuurde kikker op de salontafel, blaast de rook in cumulonimbusjes de kamer in en laat zich door Wanda verwennen zonder haar ook maar één blik te gunnen.

Zonder liefde
oewarme liefde.


Artikel 1 van De Wet van Molendam.
Nooit met ondergeschikten converseren.


‘Als het zeer doet moet ge het mij zeggen maar misschien hebt ge graag dat het zeer doet. Ik heb vooral graag dat ge content zijt van mijn escort service haut de gamma'.

Haut de gamme, wat zou ze. Eén keer is er controle geweest tijdens hun esbattementen. Zo heeft hij vernomen dat ze eigenlijk Kielemoes Wendy heet en van de kust komt.

‘Kunt ge mijn geurken rieken? Ik heb getwijfeld tussen J’adore van Dior en D’accord van Max Factor'.

Ze oogt ouder dan ze is, hij schat rond de veertig.

‘Zie dat ge mijn poepke niet in vuur en vlam zet met uw dikke sigaar meneer Richard. Gaat ge mijn cadeauke niet vergeten?'

Blij mag ze zijn dat ze een vast maandinkomen overhoudt aan hem. Nooit veel complimenten. Nooit vijftig tintelingen prijs. Als zakenman kan je je inspanningen beter doseren. Je dient je prioriteiten te kennen.

‘Draait u om dat ik u hier een keer kan relaxeren vanaf uw nek tot aan uwen happy end. Ge zit zeker weer met uw kop vol muizenissen. Het is apropos niet verboden ondertussen te zeggen dat ik heel lief ben’.

Hij komt hier voor het onderhoud van zijn landingsstel zoals hij met zijn Rolls naar Brussel glijden zou voor nazicht van zijn roulementen. Vandaag is er echt geen tijd voor blabla bij de boemboem. Tijd is geld. Er moet nog een en ander versast naar Panama, eer de beurskoers kuren krijgt.

Terwijl Wanda afwerkt waartoe zijn pak briefjes onder de poten van de kikker bestemd zijn, overziet Richard Molendam hoe hij het leven toch maar mooi in kaart heeft. Wat niemand ooit voor mogelijk had gehouden is hem toch maar mooi gelukt. De commentaar van zijn kaartvrienden.

‘Malander? De vetste vis van allemaal’.
‘Groter dan de Compagnie du Zoute'.
‘Vetter dan Vandenavenne’.
‘En Vandenmoortele’.
‘Dat ware pas koekenbak’.
‘Als ge die kunt strikken zijt ge binnen’.
‘Pas toch op dat ge uw hand niet overspeelt’.


Goed en wel getrouwd was hij. Met Mathilde Malander.

‘Mijn broer Aimé zegt dat ge geen goede partij zijt voor mij, sorry dat ik het zo cru zeg Richard’.

Haar broer de larve. Klein krijgen zal hij het familiaal verzet. Voorlopig mag Aimé nog het baasje spelen. Op de knieën krijgt hij hem. Hij en alle anderen op zijn weg naar nooit geziene glorie en nog ongeziene weelde. De Tour de France en De Ronde van Vlaanderen en Nokere Koerse en als het moet heel die Flanders Santeboetieks zal hij kopen. Tegelijk Anderlecht en Club Brugge en Oostende er bovenop alleen om te tonen wie hij, Richard Molendam wel is.

Een heel regiment romantische pretendenten heeft ze achter haar dolly dot gehad Mathilde. Zij de kroonprinses. Naam. Geld. Een opvoeding waar al die femmes savantes uit haar bibliotheek vol goud op snee, Marguerite Yourcenar,Suzanne Lilar, Madame de la Fayette, Simonne de Beauvoir samen een profijtig crayonpuntje kunnen aan zuigen.

Met geduld. Met potig gedrag. Perfect volgens plan heeft hij haar verwijfde pretendenten één na één het nakijken gegeven. Een geslaagde roddelcampagne op het juiste moment voor de ene. Een vijandig bod en pseudo deskundige bankinformatie over een dreigend faillissement voor de andere. Voor de rest wat imponeren op de korte termijn. The Great Gatsby.

‘Ik ga het straks toch nog moeten geloven dat het niet waar is dat ge op mijn geld aast als een varaan op zijn prooi’.

In de vrijage met Mathilde heeft hij kosten noch moeite gespaard om de kip met de gouden eieren in huis te krijgen.

‘Aimé stond met zijn mond vol tanden toen ik hem de verlovingsring van de Place Vendôme toonde. Zijt ge zeker dat die echt is Mathilde? Moet ik hem onder de loupe laten bekijken in Antwerpen?’

Diamanten zijn voor eeuwig dat is geen cinema. Hij wist nu al zeker dat hij Mathilde ooit overleven zou. Zij met haar broze gezondheid vanwege altijd teveel verwend en veel te zacht gekweekt thuis daar bovenop haar toverberg. Dan kon hij nog altijd zien wat hij met de steen zou aanvangen. Geen risicobelegging.

‘Ja Richard. Tot de dood ons scheidt’.

Mathilde Molendam- Malander. Haar nieuwe naam als zijn wettige echtgenote. Met als bruidsschat al haar aandelen.

‘Kom niet te laat naar huis mon coeur Ik vraag aan Germaine dat ze uw lievelingssoufflé prepareert'.

Hij had alles op een rij. Dit was pas het begin.

‘Vergeet uw sjaalke in soie naturelle niet, meneer Richard. Ik zal er een druppel parfum op doen dat ge nog na geniet.’

Nee liever niet. Pas de traces. Er zou een dag komen dat hij ze allemaal overtreffen zou in macht en rijkdom. Iedereen zou vroeg of laat voor hem plooien, barsten of buigen. In alle clubs zou naar hem verwezen worden als naar dé succesvolle maakbare mens, de zakken vol geld. Consul van Liechtenstein zou hij worden. Speciale attaché voor onze missies in het buitenland. Persoonlijk raadgever van het hof.

‘Bedankt meneer Richard. Voor u bel ik een ander af bij Deedee, dat weet hij. Ze mogen zelfs van over de grote plas komen overvliegen. Maakt niet uit. Gij gaat voor. Desnoods doe ik een dubbele shift'.

Vanavond zou hij de plannen van hun patriciërswoning bestuderen. Het moest het mooiste huis worden van de hele laan. Mozaïekvloeren, visgraatparket, kunst alom, badkamer bij elke kamer, beeldentuin. Iedereen zou eens zien hoe welvarend hij wel was.

‘We gaan hem Victor noemen, Mathilde’.

De overwinnaar. De veroveraar. De enige naam die alles in zich had wat er voor Richard Molendam echt toe deed. Eén kind. Eén. Het fortuin moest groeien. In de eigen stamboom blijven hangen.

‘En als het een meisje is, noemen we het Victoria…’

Daar had je het al. Dochters lopen weg met je geld. Dochters dragen de bruidsschat naar een ander. Dochters baren de kinderen buiten het eigen wingewest. Molendam moet Molendam blijven:

Molendam Means Money.
Artikel Twee van De Wet van Molendam.


Alleen geld maakt gelukkig. Al de rest is bullshit.

‘Krijg ik één zoen meneer Richard? Bij wijze van au revoir’.

Vingervlug duwde hij een vet bankbiljet in het hartje van haar pruilmond. Ze komt goed weg dacht hij. Vreemde vrouwen kuste hij nooit. Mathilde alleen als het echt niet anders kon. Tederheid en al die zever, wat moet je ermee?

Gouden Bruiloft.
2018 (3). Copyright Stef Vancaeneghem.
Illustratie: Frank Derie.