09 januari 2018

SELECTIEF GEHEUGEN

ALS EEN BEER OP EEN IJSSCHOTS



Verjaardagsfeestje. Vrolijke vrienden, dat zijn wij. We meten de schade op. We zien generatiegenoten wegschuiven en oude netwerken verdampen. Gaandeweg voelen we ons zoals Sandra Lee Bartky het schrijft (in haar ‘Mother Time: Women, Aging and Ethics’) ‘als beren op een ijsschots’ .

Bartky:‘Er sluiten zich jonge mensen aan die de organisatie een richting uit willen sturen waar wij het misschien niet mee eens zijn. De oude strijdbaarheid lijkt te verdwijnen. Ook als de problemen die ons strijdbaar maakten nog niet zijn opgelost.’

Aldus wordt idealisme banaal tafelgenoegen, ontvoogding cafétheater. Wat ooit op grafzerken gebeiteld werd, wordt eerst weg gewalst dan finaal vermorzeld. Samen met de laatste concessie van het oude naar het nieuw kerkhof.

Oud worden is je wereld zien wegzinken in het Atlantis van de verloren tijd. Wie zelf niet tijdig opzij wil, wordt weg gezet vanwege de houdbaarheidsdatum. Simonne de Beauvoir (‘La vieillesse’) wist daar wel weg mee. Net als de immense Marguerite Yourcenar en de in de schaduw van Jean-Philippe Smet (‘Johnny’) onlangs met nationale eer ten grave gedragen Jean d’Ormesson. Schrijft de Beauvoir: ‘Om te voorkomen dat ons leven verwordt tot parodie van het voorgaande is er maar een antwoord: een doel blijven nastreven dat ons leven zin geeft.’

Wat mij betreft is dat altijd voort schrijven. Wat anderen dan misschien achteloos lezen. Eén vlugge blik op de smartphone. Meer moet het niet meer zijn. Vanwege al het vorige. 'Het leven is een ongeneeslijke ziekte', zegt een arts me op het verjaardagsfeestje van onze gemeenschappelijke vriend.

Jean Améry daarover: ‘Alle symptomen van die ongeneeslijke ziekte zijn terug te voeren tot de onbegrijpelijke uitwerking van het doodsvirus waarmee we op de wereld komen. Het was aanvankelijk niet besmettelijk. We wisten wel dat het bestond. Maar het ging ons niet aan. Bij het ouder worden komt het uit zijn verborgenheid tevoorschijn. Het is onze zaak, onze enige zaak, ook als het niets is'.

Voort schrijven zal ik dus. Altijd voort.
Tegen de sterren op. Of om het met Dylan Thomas te schreeuwen:

‘Old age should burn
and rave
at close of the day’.


In zijn terecht gelauwerd boek ‘Rusteloosheid’ brengt Ignaas Devisch me op het spoor van Baltasar Gracian. Met driehonderd tijdloze overpeinzingen roept Gracian de toorn van zijn Spaanse jezuiëtenorde over zich. Schopt hij het tot ‘cruz de los superiores.’ Heerlijk wat je dan ook in zijn zalig fout ‘Handorakel’ en ‘Kunst van de voorzichtigheid’ voorgeschoteld krijgt. Neem deze: ‘De dingen gaan niet door voor wat zij zijn, maar wat zij lijken te zijn. De meeste mensen oordelen alleen naar de buitenkant; een klein aantal ziet daar doorheen. Goede bedoelingen halen niets uit als de daad vijandig lijkt’. Een regering komt er tot vandaag mee weg. En deze zet me al helemaal weer op de weg die de mijne is. Dicht bij de eeuwige Stormvogels in mijn hart:

‘Wanneer moeten we
het tegenovergestelde denken?
Als mensen die ons
slecht gezind zijn
tegen ons in spreken.’


Selectief Geheugen.
Fakebook-notities.