12 februari 2018

GOUDEN BRUILOFT (8)



Précision Mélancholique

Haar ogen staan zot. Uren hangt ze hier rond, fezelt ze onnozelheden.
‘Er is een kindeke dood geboren op aard’.
Of dan zit ze voor de witte tuinmuur aan de nis met de madonna erin.
‘Gloria in excelsis'.
'Adeste fideles'.
Ze komt nauwelijks nog het huis uit, veinst migraine bij bezoek, laat zich nooit zien op mijn zakendiners in Le Boucquet Roubaisien, Le Beau Séjour of Le Beaulieu. Haar dagen door rondslenteren in huis, op haar versleten sloefen met haar verkleurde peignoir om.
‘Waarom mij nog opmaken? Toch maar om me de kleren van het lijf te zien scheuren en te laten bespringen gelijk een beest’.
‘Mathilde ik doe met u wat ik wil waar ik wil wanneer ik wil. We zijn hier op het domein Molendam en...’
‘La Maison Malander pour votre gouvernance. Petite Précision Mélancholique’.
‘Het bezit van Molendam, zeg ik je. Van Richard Molendam en van geen ander’.

Richard Molendam
heeft god noch meester.
Ni dieu, ni maître.
Artikel 4 van
De Wet van Molendam.


‘Oho neem mijn geld, pak mijn lijf. Maar mijn ziel, die krijgt ge nooit'.
Hoeveel keer heb ik haar uit de chaise longue gesleurd. Hoeveel keer heb ik haar uit ons bed gesmeten. Opgesloten heb ik haar, op zolder, in de wijnkelder. En altijd weer die dwaze liedjes.

‘Mon bébé
vivra toujours
vivra toujours’.

Vastgesjord als een willoze klomp liet ze zich pakken, keek ze met haar lege blik door me heen, als was ze Jeanne D’Arc op de brandstapel. Bont en blauw heb ik ze geslagen. Met de karwats voor een van volbloeden die ik in mijn manège aan de Waterhoek heb staan.

‘Ha Durendal
comme tu es
belle et sainte
dans ton pommeau doré
il y a tant de reliques
du sang de Saint-Pierre
des cheveux de Saint-Basile'.

Sinds die nacht is ze helemaal weg in haar eigen wereld. Mijn stalmeester troost me.

‘Meneer Richard na een miskraam gedraagt een vrouw zich soms raar. Een van de staljongens heeft dat meegemaakt met zijn jonge vrouw. Van dan af gaat ze in het kerkje op de Kwaremont met de schaal rond. Rok tot net onder de mus met allemaal gekleurde vogels in de strohoed en maar schudden met de ponder. De paster wil haar laten belezen. Een mens komt soms raar uit de broek. Denk zelf maar aan die zotte droom die ge me verteld hebt. Dat Fakir met u in de Schelde is gedoken, recht naar de broedende watervogels aan de overkant. Waarom consulteert ge geen psychopater? Misschien heeft Madam Mathilde een post-theatrale depressie. Draai wat Luminal in haar consommé dat ze kalmeert'.

Geen denken aan. Geen pottenkijkers ten huize Molendam. En al helemaal geen zieltjesknijpers. Dat ze niet meer wil eten, wat kan het me maken? Dat ze dan crepeert van de neurasthenie nevrosa als ze dat zelf wil. Maar eerst tekenen. Maanden heb ik geduld gehad. Tot ik haar papiertje vond in de nis.

Wilsbeschikkingen.

Het heeft de Heer behaagd
tot zich te roepen
mijn kindje lief.
Haar dood is Zijn straf
voor onze schaamteloze weelde.
Dood wil ik nu zelf,
om in het paradijs
naast mijn meisje te staan.
Mijn geld Molendam,
ge kunt er achter fluiten.
Alles blijft vet van Malander.

Een dubbel van deze wilsbeschikkingen ligt bij een notaris.
En voor alle zekerheid ook bij mijn vriendin Soeur Immaculée.

Tenzij, gij Richard Molendam
mij na het vinden van
deze wilsbeschikkingen
(wat ge zeker vlug zult doen
ge controleert hier alles)
tenzij gij Molendam
ermee akkoord gaat
om een kindje
te adopteren
voor ons twee.

lu et approuvé,
Mathilde Malander.


Dat het mij geen zak schelen kan. Maar als het uitlekt dat mijn vrouw zo zot is als het achterste van Fakir, wacht haar gedwongen collocatie. Dan wordt haar deel voor altijd vastgezet. Alleen daarom zet ik een stap terug.

Reculer pour mieux sauter.
Artikel 5 van De Wet van Molendam.


‘Bon Mathilde, we zullen een jongentje adopteren’.
‘Een meisje, Richard. Ik wil een meisje’.

Het moest een meisje zijn. Want het stond in La Libre Belgique. Katholieken dienden hun verantwoordelijkheid op te nemen tegenover de christenvervolgingen in Hongarije. Het minste wat ik hier op het perron van Nena zeggen kan is, dat ze lichamelijk gesproken, zo te zien alles mee heeft om me volkomen ter wille te zijn. Redden zal ik ze dan ook met graagte persoonlijk van alle ongelovige baarlijke duivels.

Gouden Bruiloft.
2018 (8). Stef Vancaeneghem.
Illustratie: Frank Derie.