03 februari 2018

GOUDEN BRUILOFT (5)



De recommandé

‘Bij Malander wordt er niemand afgedankt. Over mijn dood lijk’.

Oscar had meneer Aimé nog weten sjotten tegen de poort van de weverij , maar dan gaandeweg steeds langer zien rondhangen met zijn boeken in een of andere hoek van de fabriek. Deze dromer zou nooit een echte baas zijn. Veel te teer gekweekt. Meneer Modest: dat was nog eens van een ander kaliber. Hard als het aambeeld van de smidse.

‘Wat zegt ge zijde ziek?’
‘Een indigestie? Alleen varkens hebben een indigestie’.
‘Geen camuskies’.
‘Schele koorts dat is voor de paters van Kongo’.

De enige keer dat meneer Modest zelf ziek werd gaf hij prompt het goede voorbeeld en ging hij dood.

Zijn wevers werden betaald volgens de geldende tarieven van de Union Patronale, geen kwartje meer. Bij zijn begrafenis werd hij op zijn doodsprentje geprezen en ongeveer heilig verklaard om zijn diepchristelijke valeurs.

Met meneer Aimé veranderde alles. Het volstond dat de conterbaas hem wat vroeg namens de wevers en ze kregen het. Malander & Co zou voortaan één grote familie zijn. Wie zich niet goed voelde, mocht voortaan gaan thuis uitzieken of kreeg bij erger in het ziekenhuis een mand grote druiven en flessen cider van in het winkeltje boven Hogerlucht.

Na het huwelijk van Mathilde Malander met Richard Molendam had meneer Oscar meneer Aimé er al vaker voor gewaarschuwd dat die nieuwe schonen van hem Malander & Co overdadig voorzag van onderdelen voor steeds schaarser draaiende getouwen.

‘Maar enfin, ik kan mijn eigen schoonbroer toch moeilijk terugfluiten? Dan steek ik Mathilde in de miserie. En dat wil ik niet’.

Bij elke nieuwe balans had meneer Oscar ervoor gewaarschuwd dat, als er niet snel werd ingegrepen, Malander & Co in ijltempo zou wegzakken van een gezonde zaak met sterke reserves naar een uiterst kwetsbaar bedrijf in moeilijkheden.

‘Hier ziet ge goed waar het begint te kantelen. De aandeelhouders, het personeel, de marchandise en vooral niet te vergeten de kunstmatige overstocks van uw schoonbroer.’

Aimé Malander stond bij het raam, keek naar het fietsenrek ging dan meneer Oscar voor naar de glazen kooi van mademoiselle Adolphine, door de andere employés schalks Fine Napoléon genoemd.

‘Adolphine. Een recommandé naar meneer Molendam.’
‘Het heeft nog lang geduurd. Dat heeft hij aan zichzelf te danken'.
‘Allons-y, Adolphine'.

Monsieur Molendam,
Mon cher gendre,

Na grondige conciliabule met mijn adviseurs zie ik mij geforceerd ja Adolphine wat scheelt er nu weer? …Le bout de mon crayon a craqué il est foutu De crayons van bij Bouton ze deugen niet zeg ik...Zodra mogelijk hervatten we natuurlijk bij voorkeur onze commandes. Etcetera et blablabla.


'En natuurlijk motus et bouche cousue hierover, Adolphine. Ze zeveren al genoeg over de menage van ons Mathilde'.
'Je suis une mémoire d’outre-tombe'.
'Zo kennen we u Adolphine'.
'Maar wat als Molendam hier van zijn gat komt geven?'
'Hem dan sebiet naar mijn bureau brengen'.
'Cela promet'.
'Deze instructie ook doorgeven aan Madelon en de andere employés'.
'Madelon is anders wel een ferm klapgat, meneer Aimé'.

Gouden Bruiloft.
2018. (5). Copyright Stef Vancaeneghem.
Illustratie ‘Directiehall’. Pierre Depuydt. Gent.