07 februari 2018

GOUDEN BRUILOFT (6)



Tederheid verkoopt niet.

‘Van twee dingen zijn we nooit zeker. Van een winternacht en van een vrouwengedacht. Na een winternacht is de bodem hard of zacht. En een vrouwengedacht, doux Jésus Mademoiselle Mathilde. God ziet al uw verdriet. Zing liever een lied’.

Muren. Mijn leven lang al bots ik op muren. Altijd maar op de vlucht voor mezelf. Gebukt en gebogen voor god en zijn geboden. Mijn meisjeslijf trotseren om mij te delivreren van de vloek die op alle mensen weegt sinds Eva uit de wijsheidsboom is gesukkeld voor eeuwig achterna gezeten door saters.

Muren. De muren van mijn chambrette. De muren rond de kloostertuin. De muren rond mijn hart. De muren rond mijn schreeuw. Misschien was ik zelf beter Soeur de la Miséricorde geworden. Nu weer witgekalkte muren die Richard laat optrekken rond onze beeldentuin.

‘Aphrodite en haar pipo van een Hephaestus die ons geluk moeten uitbeelden. Onze gasten gaan opkijken. Zeker als ik er hen bij vertel wat ze gekost hebben’.

In alles ziet hij alleen maar geld. Kunst, wijn, mijn verlovingsring, zijn limousine. Zie me hier zitten, Mathilde Malander. In zijn gouden kooi. Getrouwd met Richard Molendam’.

Mijn lieve broer Aimé, hier in de gloriette sous le chant des oiseaux:

‘Zelfs Meneer Oscar houdt niet op me te waarschuwen. Met zijn cijfers. Hij eet ons op. Il nous bouffe.’

Alles wat me kan gestolen worden heb ik. Alles wat ik wil, mis ik. Le Beau monde. Welke betere kringen? Molendam mijn man hier in deze binnentuin, verleden week nog onder zijn Corbeau van Jef Lambeaux des Beaux Arts: Tederheid dat is zever van de nonnekes, Mathilde. Daar koopt ge niks mee.

Tederheid verkoopt niet.
Artikel 3. Wet van Molendam.

De eerste nacht deed hij me vreselijk pijn. En alle andere nachten. Ik kreeg een roofdier te zien. Ik verlang naar elders. Niks meer horen niks meer zien.

(Nonkel Armand: ‘Heeft Molendam u weer een steek gegeven met zijn schietspoele Mathilde? Ge trekt een vieze fruute').

Na onze eerste nacht wist ik dat Richard me nooit geven zou wat ik zocht. Hoe hij mij pakte midden in de koudste nacht. Naar buiten het zijden sjaaltje de neus in de lucht. Achter de muren een monster van egoïsme. Ons kindje is dood geboren. Kapot gestampt in mijn buik. Er komt nooit een ander.

‘Zelfs dat kunt ge niet, dwaze konte’.

Het was een meisje. Het is alsof ik mee dood ben in mijn hoofd sindsdien.

Soeur Edmonda
vivra toujours,
vivra toujours.


Want god is goed in al zijn werken. Psaume 145, 17.

GOUDEN BRUILOFT.
2018. (6). Onder auteursrecht.
'De Parade'. Armand Demeulemeester.